Het onderstaande verhaal staat vol met bron verwijzingen en feiten. Daardoor wordt het misschien niet prettig leesbaar, maar wel makkelijker controleerbaar. Dat is vaak de motivatie waarom artikelen en citaten cijfers noemen. Ze zijn verifieerbaar, het helpt een argument te onderbouwen en het heeft een effect op mensen waardoor men denkt dat de rest van een verhaal ook waar moet zijn…
Om de kern van het verhaal niet verloren te laten gaan in de verwijzingen stel ik die hier aan het begin alvast maar duidelijk:
Ik denk dat we in Nederland een software economie hebben om trots op te zijn. Met innovatie, met veel kennis, met groei en met een belangrijke economische waarde. Die waarde komt uit kennis, uit diensten en uit licenties. Deze bloeiende en belangrijke pilaar van de Nederlandse economie verdient het om in haar volledigheid te worden gestimuleerd. Een éénzijdige, populistische of niet goed onderbouwde benadering kan snel onomkeerbare nadelige consequenties hebben. Daarom pleit ik voor een gedegen, goede studie naar de totale Nederlandse software economie en om deze ook in de volle breedte te stimuleren.
Naar Fins voorbeeld
Het ministerie van Economische Zaken is er bij diverse gelegenheden en via verschillende media op aangesproken. Er moet een informatief, objectief en duidelijk beeld rond de Nederlandse software economie worden opgesteld. Software economie in de meest brede zin, dus alle bedrijfsmodellen: service, licentie, advertentie en meer. Soms is de oproep in discussies en vergaderingen gedaan, soms heel publiek. Zoals bijvoorbeeld door ICT Office vorig jaar:
"De Software~VOC gaat er bij het ministerie van Economische Zaken op aandringen om, naar Fins voorbeeld, jaarlijks de omvang en de economische betekenis van de sector productsoftware te onderzoeken."
Bron: http://ictoffice.nl/index.shtml?id=6116
En in een column op Digitaal Bestuur:
"De staatssecretaris zou daaraan voorafgaand samen met het programmabureau NOiV het initiatief kunnen nemen voor een onderzoek naar die softwaremarkt. Een nulmeting dus, naar Fins voorbeeld."
Bron: http://digitaalbestuur.nl/weblog/gelijk-speelveld
Hier wordt twee keer een onderzoek expliciet "naar Fins voorbeeld" genoemd. Finland doet namelijk jaarlijks een onderzoek naar haar eigen software economie:
The annual National Software Industry Survey is survey research project that provides information about the current state of the Finnish software industry. 2008 marks the eleventh year of the survey.
Bron: http://www.sbl.tkk.fi/oskari/index.htm
Het Finse voorbeeld, kan inderdaad een nuttig voorbeeld zijn. Misschien moet het aangepast worden, misschien moet het anders. Uitgangspunt zou denk ik wel moeten zijn wat het Fins rapport over 2007 in haar voorwoord schrijft:
This research study, which to our understanding is the only one addressing the software product industry as a whole, is used to assess the current state of the industry, especially in terms of growth and internationalization.
Bron: http://www.sbl.tkk.fi/oskari/AFSIS_08.pdf
Dat we een goed zoveel mogelijk feitelijk beeld van de Nederlandse software economie nodig hebben blijkt onder andere uit diverse "uitspraken met getallen. Er wordt wel geschreven en stelling genomen, maar kunnen we ons wel op correcte en goed onderbouwde getallen baseren?
Getal 1: 5,2 miljard
Een voorbeeld hierin is het getal "5,2 miljard" wat af en toe in media en politiek 'resoneert’. Bijvoorbeeld in deze column uit 2007:
"Volgens het Amerikaanse ministerie van Handel importeert Nederland per jaar zo'n 5,2 miljard dollar aan software ('Trends in the Dutch ICT Market')." en "We veranderen de markt van software-als-import-product naar de markt van dienstverlening-als-export-product."
http://www.livre.nl/columns/arjen-kamphuis/column-principes-praktijk-en-de-businesscase-31032007.html
Het staat er niet letterlijk, maar er lijkt een beeld te worden opgeroepen dat Nederland een netto importeur is van software licenties. Voor het cijfer 5,2 miljard dollar wordt verwezen naar een bron rapport 'Trends in the Dutch ICT Market'. Dat rapport zegt voor zover ik kon vinden op één plek inderdaad iets over “5,2 miljard dollar”:
The total hardware market amounted to USD 5.2 billion in 2001, showing a slight decrease over 2000.
Bron: http://strategis.ic.gc.ca/eic/site/imr-ri.nsf/eng/gr105304.html
En in dat in de column genoemde bron rapport staat dit over de software markt in Nederland:
The software market, estimated at about USD 3.3 billion in 2001, was the fastest growing segment in 2001 in the Information Technology sector. The Dutch software market grew by about 13 percent in 2001 and trade sources forecast growth figures of 10-12 percent for 2002. The total Dutch software market reportedly consisted of about 30 percent tools, 40 percent applications software and 30 percent systems software.
(...)
Some 65-70 percent of software products available in the Netherlands reportedly are imported. The United States is by far the largest supplier, followed by European software producers in Germany, the United Kingdom and France.
Bron: http://strategis.ic.gc.ca/eic/site/imr-ri.nsf/eng/gr105304.html
Ik haal daarmee de in de column genoemde 5,2 miljard dollar aan software import niet uit de vernoemde bron. Het zou op basis van de cijfers in het bron rapport ongeveer 2 miljard dollar aan import en 1 miljard aan nationaal geproduceerde software zijn. Als er dan geen bron is voor “5,2 miljard” is het dan misschien slechts een persoonlijke inschatting?
Wij hebben voor Nederland als community wel eens de schatting gemaakt dat de Nederlandse besteding aan buitenlandse softwarelicenties een bedrag is van € 5,2 miljard! Dat is 1% van ons bruto nationaal product! Dat is dus geld dat elk jaar uit Nederland verdwijnt naar Amerika via de Ierse staatskas, want die krijgen de winstbelasting en zelfs dat krijgt de Nederlandse samenleving niet.
Bron: http://www.nn-open.nl/Members/dokter/verslag_cie_b-f_dd_21-02-2007-sectie9.pdf/at_download/file
Het lijkt inderdaad meer een inschatting dan een goed onderbouwd getal. Een aanbeveling, zoals in de genoemde column, om Nederland van een "software als import product"-markt naar een "dienstverlening als export product"-markt te sturen zou van zeer goed onderbouwde argumenten moeten worden voorzien. Argumenten die aangeven dat Nederland inderdaad economisch niet kan groeien of op dit moment geen (economisch) voordeel bereikt uit die (in 2003 blijkbaar 1 miljard dollar grootte) nationale software ontwikkelende economie.
Het getal van 5,2 miljard lijkt sinds de eerste citering vervolgens een eigen leven te hebben gekregen:
"Vendrik benadrukt dat de kamer in 2002 'unaniem een opdracht heeft gegeven' aan het kabinet om werk te maken van open standaarden en open source. Hier is echter weinig van terecht gekomen. Het debat over open source gaat niet alleen over standaarden, aldus Vendrik, maar ook over democratie en economie. Jaarlijks geeft de overheid 5.2 miljard euro uit aan software licenties alleen"
Bron: http://woss.groenlinksweblog.nl/blog/2007/03/21/algemeen_overleg_ez_over_de_motie_vendrik
Deze uitspraak is bijzonder: hier is de stellingname dat de Nederlandse overheid zelf jaarlijks 5,2 miljard (en nu in Euro's?) aan software licenties uitgeeft. Drie jaar voor deze stelling van Groen Links, sprak de Nederlandse markt onderzoeker MarketCap nog over een bedrag 2,267 miljard euro voor de totale ICT uitgaven. Dus software licenties, services en hardware bij elkaar.
De totale ICT uitgaven van de Nederlandse overheid zullen naar schatting in 2004 circa € 2,267 miljard bedragen, dit is een stijging ten opzichte van 2003 met ca. 7%. Overall ruim 38% van de overheids ICT-budgetten zal besteed worden aan het inhuren van services (dienstverlening). Een groot deel van de eigen, intern ontwikkelde software, zal vervangen worden door standaard (applicatie) software of zal vanaf 2004 extern beheerd gaan worden (managed services).
Bron: http://www.marketcap.nl/img/cms/doc/Persbericht%20MarketCap%20-%20Overheid%207%20procent%20meer%20ICT%20besteding%202004%20-%209jan%2004.pdf
Voor de software uitgaven stelt Marketcap dat deze 617 miljoen euro bedragen in 2004 en 618 miljoen in 2003. Dat zijn hele andere bedragen dan de genoemde "5,2 miljard euro aan software licenties alleen". Misschien is er sprake van segmentatie binnen de overheid maar daar zou ik dan wel meer van willen weten.
Een andere website vond de 5,2 miljard per jaar aan software licenties bij de overheid waarschijnlijk ook niet realistisch en verwerkt het als volgt:
"Op 20 november 2002 heeft de tweede kamer de motie Vendrik aangenomen, die de regering oproept om open source software en open standaarden te gebruiken, maar Vendrik (GroenLinks) heeft moeten constateren dat daar sindsdien bedroevend weinig mee gebeurd is. Sijndsdien heeft de overheid 5,2 miljard euro aan software-licenties betaald. "
Bron: http://informatiepartij.a.wiki-site.com/index.php/Overleg:Open_Source
Nu wordt de genoemde 5,2 miljard euro blijkbaar gezien als een cummulatief bedrag tussen het indienen van de motie Vendrik in 2002 en het moment van het schrijven van dat artikel in 2007…
Getal 2: 1,7 miljard
Een ander “populair” getal inzake de Nederlandse software economie is "1,7 miljard". Dit cijfer staat dan voor de waarde van de software-licentie export in Nederland. Bijvoorbeeld bij ICT Office:
"Nederland is een software exporterend land. “Nederland stond in 2004 met een exportwaarde van 1,7 miljard dollar aan software op de vierde plaats op de wereldranglijst”, aldus Chris Ouwinga, CEO Unit4Agresso en bestuurslid ICT~Office."
Bron: http://ictoffice.nl/index.shtml?id=6116
En 1,7 miljard wordt ook genoemd bij ICT Regie:
"Wellicht denkt u dan dat Nederland wat voorstelt op hardwaregebied, maar dat we met de export van software toch wel behoorlijk zullen achterblijven. Ook dat wordt door hetzelfde rapport gelogenstraft: met een uitvoer aan software-goederen van bijna 1700 miljoen dollar staat Nederland in 2004 mondiaal op de vierde plaats. De Nederlandse software-import is ongeveer de helft daarvan."
Bron: http://www.ictregie.nl/index.php?pageId=26&blogId=86
We mogen veronderstellen dat het OECD IT Outlook rapport 2006 (OECD INFORMATION TECHNOLOGY OUTLOOK 2006) de bron is van de genoemde 1,7 miljard aan Nederlandse software export. Dit rapport probeert een inventarisatie van de import en export waarde van de software licenties per land te doen. Het rapport is voorzichtig en geeft in de tekst direct aan dat het erg moeilijk is een goed beeld te krijgen van de werkelijke waarde van import en export aan software licenties. Onder meer vanwege de complexiteit in rapportage van electronisch gedistribueerde licentie software. In het rapport staat Nederland vermeld met een netto export waarde voor software licenties:
- 2004 Export: 1.663 miljoen us$ dollar
- 2004 Import: 837 miljoen us$ dollar
Bron: http://www.oecd.org/document/10/0,3343,en_2649_33757_37486858_1_1_1_1,00.html
De 1,7 miljard dollar lijkt mij gebaseerd op die 1.666 miljoen dollar. Daarmee een netto export waarde van betaalde software licenties vanuit Nederland van 826 miljoen dollar. Een update van dit Outlook rapport uit 2008 schrijft onder meer in een tabel (op pagina 128) dat Nederland in 2006 voor 1,581 miljard dollar aan software heeft ge-exporteerd, tegenover 886 miljard aan software import, nog steeds een suggestie voor een netto export waarde aan betaalde software licenties. Maar OECD stelt zelf al in het rapport dat dit getal als een indicatie gezien moet worden en de werkelijke bedragen wel eens anders kunnen zijn.
Getallen
Beide getallen lijken een eigen leven te leiden en worden te pas, te onpas, soms wel correct en soms niet correct gebruikt. Ze passen bij de lijn van argumentatie die de auteur graag wil overbrengen en soms wordt een getal gebruikt om de indruk te wekken van goed onderzoek. Mijn stelling is dat we dat goede onderzoek naar de Nederlandse software markt nog moeten gaan doen. En dat we tot die tijd in ieder geval voorzichtig moeten zijn met het draaien aan knoppen van een potentieel belangrijke (in)direct onderdeel van de Nederlandse economie. En dus nog een keer de stelling en het verzoek: laten we een breed onderzoek doen naar de Nederlandse software economie, en laten we daarbij goed kijken naar het Finse voorbeeld.
De ICT Sector is via de branche organisatie ICT Office op zoek naar een goede invulling voor het energie-efficiency convenant. Dit convenant werd vorig jaar gesloten tussen ICT Office en het ministerie van Economische Zaken. Aandacht voor energie efficiëntie in de ICT sector is belangrijk. We doen steeds meer met en via ICT, het is dan een logisch gevolg dat ICT gerelateerde technologie en organisaties een groeiend energie verbruik kennen.
In 2020 is mogelijk sprake van een verdubbeling van het gebruik ten opzichte van 2006. Vooral datacentra zijn verantwoordelijk voor de groeiende elektriciteitsvraag. Om hier wat aan te doen hebben Heemskerk en de ICT-branche nu de handen ineen geslagen. De ICT-branche gaat participeren in de zogenoemde meerjarenafspraken (MJA3) over energiebesparing. De belangrijkste afspraak daarbij is het streven van de ICT-branche om de energie-efficiency met 30% te verbeteren over de periode 2005 - 2020.
bron: http://www.ictoffice.nl/index.shtml?ch=&id=6183
De concrete invulling van het convenant was de kern van een goede discussie vandaag. Naast punten die we na wellicht nog wat overleg en uitwisseling van standpunten kunnen oplossen en invullen, kwam er vandaag ook een uitdagende structurele uitdaging naar voren.
Het convenant gaat bewust en terecht uit van energie efficiëntie. We willen natuurlijk niet dat de groei van het ICT gebruik in absolute zin wordt beperkt. Het gaat er met name om dat gegeven een (terecht) groeiend gebruik van ICT producten en diensten, deze producten en diensten in verhouding steeds energie efficiënter moeten worden aangeboden. Bij wijze van spreken: terwijl we steeds meer lampjes aanzetten, verbruikt ieder lampje per stuk minder Watt aan stroom.
Zo’n energie efficiëntie beweging zou binnen de ICT sector, en daarbinnen dan weer de groep organisaties die een data center beheren, bijvoorbeeld concreet te meten zijn. Een 'prestatie maat’ die veel gebruikt en besproken wordt is bijvoorbeeld de Power Usage Effectiveness (PUE). Aangezien het bij het convenant om een energie efficiëntie beweging gaat zou het dan bij de datacenters in Nederland om een ‘delta', een positieve trend in PUE moeten gaan. Ik denk dat je best trots mag zijn op een goede (lage) PUE, maar je kunt het ene data center niet altijd vergelijken met een ander data center. In de situatie van het convenant zou ik stellen dat een positieve verandering in de eigen PUE van een data center bijdraagt aan de werkelijke doelstelling: energie efficiëntie bereiken.
Maar die ‘prestatie maat’ voor datacenters, was slechts een onderdeel van de discussie. Uiteraard is de ICT sector een gebruiker van energie, dat is duidelijk. Om het in perspectief te plaatsen is het belangrijk om aan te geven wat de ICT sector vervolgens terug geeft voor die gebruikte energie. Bijvoorbeeld: veel energie besparende oplossingen in andere (industrie) sectoren worden mogelijk gemaakt door ICT oplossingen. Dus er is een onderdeel van de ICT sector dat besparingen, noem het energie efficiëntie, mogelijk maakt in andere (industrie) sectoren. Een email sturen in plaats van een brief (en de email dan a.u.b. niet op papier afdrukken), is in absolute zin energie besparing en kan gezien worden als een positieve bijdrage van de ICT aan de totale Nederlandse energie efficiëntie.
En daar wordt het best lastig.
Want het convenant richt zich op energie efficiëntie binnen de ICT sector zelf. Maar hoe werkt het dan indien het data center van een grote onderneming in bijvoorbeeld de chemie, de nieuwste energie efficiënte ICT producten aanschaft? Dat voordeel wordt alleen geteld en gezien in de industrie sector van die onderneming, hoewel de ICT sector die besparing mogelijk heeft gemaakt. Het kan niet worden verwerkt als een positieve bijdrage aan het convenant van de ICT sector zelf. Het zou jammer zijn om dat te missen in een eind rapportage.
Het energie efficiëntie convenant van ICT Office met het Ministerie van Economische Zaken valt onder de groep “Meer Jaren Afspraken”(MJA). Deze worden onder coördinatie van Senter Novem opgesteld en ‘bewaakt’. Verschillende industrie sectoren hebben reeds een bestaande MJA-energie efficiëntie. Bijvoorbeeld de bank sector. In de MJA-“dienstensectoren bank” rapportage van 2005 staat onder meer:
De toename van het internetbankieren en het flexwerken van de medewerkers leiden tot een afname van het aantal kleine bankfilialen.
bron: http://www.senternovem.nl/mmfiles/Resultaat_2005_Banken_tcm24-197873.pdf
Afgezien van relevante discussies over behoud van kwaliteit van dienstverlening en consequenties voor werkgelegenheid, is dit een voorbeeld waarbij energie efficiëntie binnen de bank sector mogelijk wordt gemaakt dankzij het gebruik van ICT oplossingen.
Waarschijnlijk is een oplossings richting voor de rapportage over dankzij ICT in andere sectoren behaalde efficiëntie voordelen, te vinden in het bepalen dat
1) de doelstelling rond energie efficiëntie in het convenant voor de ICT sector daadwerkelijk alleen de behaalde efficiëntie binnen de ICT sector betreft
2) dat er een MJA rapport wordt opgesteld over de ICT sector waarin bijdragen worden opgenomen van de ICT aan de energie efficiëntie van andere sectoren, zoals in het voorbeeld hierboven.
Lijkt me een mooi vertrekpunt voor de volgende vergadering.
Vorige week waren er ongeveer 800 bezoekers aanwezig op het jaarlijkse Microsoft Nederland relatie evenement. Die avond is er natuurlijk veel gesproken, kennis gemaakt, ideeën uitgewisseld en kritisch commentaar gegeven. In de opening van Theo Rinsema (Algemeen directeur, Microsoft Nederland) zat een uitspraak die bij mij is blijven hangen: “er is geen ‘recessie’ aan de gang, maar een ‘reset’”.
Theo verwees in zijn opening naar een artikel op de website van Tom Peters. Daar stond een uitspraak dat we de huidige situatie niet moeten zien als een ‘recessie’, maar als een ‘reset’. Een her-ijking van doelstellingen, motivatie en (gewenste) resultaten. Wikipedia schrijft over ‘recessie’ onder meer dat “dit betekent dat de economische groei daalt en lager is dan gemiddeld.”.
De column op de website van Tom Peters stelt:
Don't think of our current economic crisis as a recession. Instead, think of it as a recalibration.
bron: http://www.tompeters.com/entries.php?note=010803.php
De uitspraak is overigens niet van Tom Peters zelf, maar van Steve Yastrow. die heeft het ook op zijn eigen blog er nog over. De motivatie om anders tegen de huidige situatie aan te kijken zit in de mogelijke (re)acties die verschillen bij een recessie en bij een her-ijking:
If you think of it as a recession, you may be tempted to "hunker down" and wait for the economy to cycle back.
If you think of it as a recalibration, you will be motivated to focus on what you have to do differently, since everything is different now.
bron: http://www.tompeters.com/entries.php?note=010803.php
Een (af)wachtende houding innemen met het idee dat de “oude economie” wel weer terug komt is niet de beste optie. De wereld, de motivaties van mensen, medewerkers en managers is anders geworden. Om daar als onderneming een rol bij te blijven spelen moet je de situatie zien als een her-ijking, een reset. Dat motiveert om met een open en actieve blik naar de huidige situatie te kijken. Stel vragen aan je medewerkers, het management, je leveranciers, je klanten. Laat je uitdagen om met de veranderingen mee te gaan, beter nog: de veranderingen ten goede veroorzaken.
The world has been reset.
bron: http://www.tompeters.com/entries.php?note=010803.php
Ian Angell sprak een tijd terug in een podcast van Brenno de Winter zeer negatief over managers die organisaties of afdelingen sturen op basis van terugkijken naar het verleden. En zeker indien dat gedaan wordt op basis van selectieve statistieken aangeboden door Business Intelligence toepassingen. Ik denk dat Ian Angell’s uitspraken wel uitdagen tot relativeren en goed nadenken, maar zeker genuanceerd moeten worden bezien. Want statistieken, trend analyses en prognoses op basis van informatie uit het verleden hebben wel degelijk een waarde in goed management. Maar “blind varen” op historische cijfers is niet verstandig. Een interessante onderbouwing, met meer nuance geschreven dan Ian Angell dat zou doen, kan gevonden worden in het boek “The Black Swan” door Nassim Nicholas Taleb. Niet alles is voorspelbaar op basis van cijfers en feiten uit het verleden.
Het uitgangs principe van “The Black Swan” is dat statistieken en stellingen meestal geen rekening (kunnen) houden met het onverwachte. Indien de hele (tot dan ontdekte) wereld alleen maar witte zwanen kent en men nog nooit een zwarte zwaan heeft gezien, dan is de stelling dat alle zwanen wit zijn, makkelijk gemaakt en vertrouwd. Tot iemand zwarte zwanen ontdekt en aan de wereld toont. Dan moeten vertrouwde stellingen worden her-ijkt.
Dat wil echter niet zeggen dat we alles in twijfel moeten trekken. Of in passiviteit vervallen omdat alles onvoorspelbaar zou zijn, of dat we nergens meer rekening hoeven te houden. Ik gebruik wel eens een citaat van Tolkien uit The Hobbit:
It does not do to leave a live dragon out of your calculations, if you live near him.
bron: 1937 - The Hobbit, J.R.R. Tolkien
Sommige dingen zijn natuurlijk nog steeds feitelijk en helder. Als je uit ervaring in het verleden, vanuit de feiten, weet dat er een ‘draak’ in de buurt is, dan is het nog steeds zinloos om net te doen of die er niet is. Er moet een balans zijn in het ‘oude’ en het ‘nieuwe’. De term is een ‘reset’, een her-ijking. Dat impliceert ook het kijken naar wat er in het verleden goed ging en wat we mee willen nemen naar de nieuwe situatie. Sommige economische regels en wetten zullen blijven gelden. We moeten niet de vergissing maken dat er weer een alles vervangende “nieuwe economie” aankomt die alle oude waarden en wetten zal doen vergeten. Zie het als een toevoeging, een kans. Een her-ijking die leidt tot een her-rijking van bedrijfs modellen en de economie.
It’s the end of the world as we know it and I feel fine.
bron: 1987 - REM
Ik heb al lang niets meer gedaan met het blog op microsoft.nl. Bij deze een ‘post’, overgenomen van mijn meer persoonlijke "Live Spaces” blog (http://sprekeniszilver.spaces.live.com/). Dan weet ik gelijk of de instellingen goed staan en of alles weer werkt.
----
Ik had me er niet zo in verdiept, ben tenslotte ook geen auteur of uitgever: in de TIME magazine van 9 Februari stond op pagina 15 een niet te missen ‘Legal Notice’ over de ”google book settlement”. Het was een advertentie die duidelijk (ook) op internationaal publiek was gericht:
Persons Outside the United States: This settlement may affect you because it covers U.S. copyright interests in books publishes outside the United States. If you hold such an interest in a book or other material in a book, this settlement could bind you unless you timely opt out.

De website opent voor mij in het Nederlands. Dat lijkt me IP, OS of browser instelling afhankelijk:
Het ‘veelgestelde vragen’ deel van de site geeft antwoord op twee vragen die ik in ieder geval had naar aanleiding van de advertentie in de TIME:
Waar gaat het geding over?
Dit geding betreft het Google Library Project. In 2004 kondigde Google aan dat het met verscheidene bibliotheken overeenkomsten had gesloten om boeken, inclusief boeken die beschermd zijn door de Amerikaanse wetten op het auteursrecht, in de verzamelingen van die bibliotheken te digitaliseren. Verscheidene auteurs en uitgevers hebben dit geding tegen Google aangespannen, waarbij zij aanvoerden dat de digitalisatie zonder hun toestemming hun auteursrechten schond. Als antwoord op de schending van het auteursrecht die door de auteurs en uitgevers werd aangevoerd, stelde Google dat de digitalisering van de boeken en de weergave van snippers, of enkele regels van de boeken, is toegestaan krachtens de doctrine van "fair use" of billijk gebruik in de Amerikaanse wetten op het auteursrecht. In plaats van het juridische geschil op te lossen over de vraag of de digitalisatie en weergave van de boeken door Google al dan niet "fair use" is volgens de Amerikaanse wet, zijn de partijen tot een schikking gekomen.
Waarom zijn de partijen tot een schikking gekomen?
Na langdurig onderzoek door de Eisers en Google, en na meer dan twee jaar onderhandelen over de schikking, hebben de partijen deze Schikking getroffen. Schikkingen sluiten een rechtszaak af zonder dat de rechtbank of een jury een uitspraak doen ten gunste van de eiser of de gedaagde. Een schikking stelt de partijen in staat om de kosten en het risico van een proces te vermijden.
bron: http://www.googlebooksettlement.com/help/bin/answer.py?answer=118704&hl=nl
Hmmm. Die omschrijving van het ‘settlement’ doet me denken aan het recente lokale nieuws over Trouw en de Volkskrant:
Dagblad Trouw gaat bedrijven, stichtingen en overheden aanpakken die producties van Trouw zonder toestemming overnemen op de eigen site en daarmee inkomsten genereren.
met deze duidelijke toevoeging:
Trouw blijft anderen toestaan artikelen uit de krant te gebruiken, al stelt Trouw de regel dat een citaat maximaal vijftig woorden mag tellen en een werkende link dient te bevatten naar het volledige artikel op de website van de krant.
ok, bron: http://www.volkskrant.nl/multimedia/article1136580.ece/Dagblad_Trouw_pakt_schendingen_auteursrecht_aan