voortgang

voortgang

Hans Bos, National Technology Officer (NTO), Microsoft Nederland
Wendt of keert (spelen met Excel)

Deze week ben ik in Kopenhagen. In een hotel waar volgens “facebook  statistieken” 423 mensen zijn geweest (“were here”) , en slechts 20 daarvan het ‘liken’ (“like this”)…

imageimage

Hoe je het wendt of keert, 20 van de 423 klinkt volgens mij niet goed (genoeg). Met wat vroege slapeloze vrije tijd, lees ik een online artikel op de website van de Volkskrant:

Nederland doet het op economisch gebied slechter dan de meeste andere landen in Europa. Dat blijkt uit een vandaag verschenen rapport van Eurostat (.pdf). Daarin is dus het mislukken van de onderhandelingen over de bezuinigingen nog niet eens meegenomen. Het gemiddelde begrotingstekort van de eurolanden is 4,1 procent, terwijl Nederland 4,7 procent scoort.
bron: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/9824/De-zoektocht-naar-miljarden/article/detail/3244957/2012/04/23/Het-ontslag-van-het-kabinet-Rutte-van-minuut-tot-minuut.dhtml

Ook dat klinkt niet goed. Maar misschien is dit nog wel te wenden en keren? Als eerste redmiddel grijpen we natuurlijk de statistiek zelf :-). De Eurostat bron erbij gehaald, en “spelen met Excel”:

image

“Slechter dan de meeste landen in Europa”, klopt voor 2011 in absolute zin. Met -4,7% overheidstekort als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) staan we op de 12e plek van de 27 landen. 15 landen doen het wat deze statistiek betreft beter (15 landen hebben een lager overheidstekort ten opzichte van het bbp dan Nederland).

Een wending en kering: de overheidsuitgaven in 2011 als percentage van het bbp.

image

Zeven landen van de 27 hebben hogere overheidsuitgaven dan Nederland ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp): Oostenrijk, Slovenië, Zweden, België, Finland, Frankrijk en Denemarken. Op deze statistiek doen we het (nog) “slechter dan de meeste landen in Europa”.

Probeer ik nog een andere wending en kering: Nederland ten opzichte van de landen in Europa qua “overheidsschuld als percentage van het bbp” in 2011.

image

Hier doen we het minder “slechter dan de meeste landen in Europa”. We staan met 65,2% op nummer 14 van de 27, eigenlijk in “het midden van Europa”. 

Hmm. Toch maar eens “economics for dummies” lezen, want met statistiek krijg ik geen andere wending of kering dan de Volkskrant “Nederland doet het op economisch gebied slechter dan de meeste andere landen in Europa”.

Onder voorbehoud van een typefout, en op basis van de Eurostat cijfers.

FY12Q3 Makkelijker en leuker…

Uit de FY12Q3 financiële resultaten:

In een grafiek is het “makkelijker”:

image

En met een liniaire trendline is het ook “leuker”:

image

(HIMSS 2012) A Case of Identity

Onderstaande is een samenvatting van een sessie vorige week tijdens HIMSS 2012 in Las Vegas.

HIMSS 2012 - Identiteit, Security, Privacy en innovatie in zorg

A CASE OF IDENTITY
"My dear fellow," said Sherlock Holmes as we sat on either side of the fire in his lodgings at Baker Street, "life is infinitely stranger than anything which the mind of man could invent.

Eén van de beroemde verhalen over Sherlock Holmes is "A Case of Identity". De eerste zin in dat verhaal is een verwijzing dat "life is infinitely stranger than anything which the mind of man could invent." In de praktijk gebeuren vele opvallende, rare, verrassende zaken die we niet zomaar zouden hebben kunnen bedenken.  Dat de Nederlandse praktijk qua identiteit, veiligheid en privacy in de zorg soms echt 'merkwaardiger' is dan je zou verwachten is actueel en onder meer terug te vinden in een column van Youp van 't Hek.

Het andere thema, Innovatie, gaat qua technologie zo snel, dat ook daar opvallende, rare, verrassende zaken mee kunnen gebeuren die niet vooraf zijn bedacht of die we niet hadden zien aankomen. Zoals een programma manager, werkzaam bij Microsoft,  die in zijn kelder samen met jongeren uit zijn buurt een nucleaire fusie reactor bouwt. Op basis van algemeen beschikbare informatie en materialen.

Verrassende nieuwe diensten en producten verwachten we van de combinatie van 'smart devices', 'cloud services' en 'natural user interfaces'. Slimme telefoons, mobiele computers, en veel meer vormen van 'smart devices' zijn verbonden met diensten uit 'de cloud'. Interactie tussen mensen en die diensten verloopt op een steeds 'natuurlijkere' manier.  Met gebaren, spraak en aanraken. En met diensten die anticiperen, intelligent ondersteunen, en 'context' gevoelig begrijpen hoe ze de gebruiker (de eigenaar) het best kunnen helpen.

clip_image002

BILL CROUNSE
HIMSS 2012, Zondag 19 februari
“Technology can do amazing things. “

Microsoft’s Dr. Bill Crounse gaf voorbeelden van hoe dit soort ontwikkelingen een plek krijgen in de zorg. Bij slimmer samenwerken en communiceren, bij 'tele-medicine', en bijvoorbeeld bij revalidatie. Technologie kan inderdaad verbazingwekkende nieuwe mogelijkheden creëren. Mogelijkheden waar soms een paradigma verandering voor nodig is, waar een 'groot denkraam' voor nodig is zou Marten Toonder kunnen zeggen.

clip_image003

Er zijn altijd meerdere manieren om naar iets te kijken. Iedereen heeft zijn of haar eigen blik op de wereld, en interpretatie van de waarde. Privacy is een subjectief begrip, een concept dat open staat voor individuele perceptie en waardering. En de waardering van privacy is vaak ook nog 'context' afhankelijk.  Mijn beeld van privacy is waarschijnlijk anders dan die van u, uw beeld van privacy is waarschijnlijk weer anders dan die van uw buurvrouw. Een goed vertrekpunt is dan om bij nieuwe producten en diensten, de gebruiker/eigenaar zoveel mogelijk controle te geven over instellingen van zijn of haar privacy.

MICROSOFT TRUSTWORTHY COMPUTING 
Security, Reliability, Business Practices, and Privacy:
Customers will be empowered
to control the collection, use, and distribution of their personal information. 

Veiligheid, betrouwbaarheid en het beleid van een aanbieder van (digitale) diensten zijn voorwaarden, anders verliest de gebruiker alsnog het nut van zijn/haar eigen instellingen en raakt informatie of toegang buiten de eigen controle.

Veel van de nieuwe mogelijkheden rond 'smart devices',  'cloud services' en 'natural user interfaces' zullen de thema's identiteit, veiligheid en privacy raken. We praten met elkaar over de percepties en interpretaties:
- Wat mag wel, wat mag niet.
- Wat kan en mag, maar willen we niet. 
- Wat kan en willen we, maar mag niet.
Als gedeeld inzicht met betrekking tot nieuwe technische mogelijkheden, is het vrijwel altijd zo dat wat mág of móet (op basis van wet- en regelgeving) achter loopt op wat technisch kán en wat we als individu of maatschappij wíllen.

LUCIEN ENGELEN
HIMSS 2012, Zondag 19 februari
“Voor sommige zaken heb je een schroevendraaier nodig. Voor andere zaken een hamer, of een schaar. ”

Om een goede balans te vinden tussen wat kan, mag en wat we willen is dialoog nodig.  In het geval van nieuwe technologie in de zorg bijvoorbeeld tussen patiënt, aanbieder van technologie, zorgverlener, belangen organisaties en overheid. In ieder geval moeten we in beweging komen om de nieuwe mogelijkheden de juiste richting en ruimte te geven.

Voor nieuwe diensten die gebruik maken van 'cloud computing' worden gepercipieerde en realistische uitdagingen genoemd. Eén daarvan is veiligheid, bijvoorbeeld ook als voorwaarde om de privacy te borgen. Want privacy kan niet zonder veiligheid (overigens kan veiligheid wel worden geboden zonder privacy te bieden). Aanbieders van Cloud Computing diensten werken daarom aan het inzichtelijk maken hoe haar systemen en datacenters onrechtmatige toegang trachten te voorkomen. Hier zijn de onafhankelijke verificatie van het hanteren van (beveiligings) standaarden, transparantie inzake data portabiliteit en inzicht in de lokatie van gegevens relevant.

Het Microsoft Office365 Trust Center is een voorbeeld van hoe Microsoft als aanbieder van een cloud dienst transparant is richting gebruikers. Er is informatie te vinden over privacy, beveiliging, standaarden, portabiliteit, en meer.

Microsoft hanteert een structuur met
- eigen beleid en doelstellingen,
- een 'control framework',
- industrie standaarden en reguleringen, en
- operationele procedures. 
Deze aanpak geeft ruimte om het eigen 'control framework' als uitgangspunt te nemen en te relateren aan de 'control frameworks' van landen, ondernemingen of sectoren. Dat geeft Microsoft, en daarmee ook onze klanten, een goede basis voor het kunnen voldoen aan voor de eigen operatie relevante wet- en regelgeving.

image

De structuren zoals nu genoemd voor bijvoorbeeld beveiliging en privacy onderbouwen een vertrouwen in cloud computing. Met voldoende vertrouwen in kwaliteit van beveiliging en privacy zijn ook meer scenario's mogelijk van participatie en samenwerking.

E-PATIENT DAVE
HIMSS 2012, Zondag 19 februari
“Make the most of our time together.“

E-Patient Dave presenteerde tijdens HIMSS 2012 een sterk argument voor meer betrokkenheid van de patient in het zorgproces. Minder óver de patient, en meer mét de patient praten. Cloud diensten, digitale sociale media en steeds meer voorhanden digitale meetinstrumenten voor de persoonlijke gezondheid dragen daaraan bij. Een veilige en vertrouwde informatie infrastructuur voor het delen van de informatie en inzichten is daarbij een voorwaarde.

(Te) Simpel beeld van nationale productiviteit: BBP / Gewerkte uren

Weer eens in het kader van spelen met Excel om inzicht te krijgen in getallen en trends. Hieronder een grafiek van de verhouding tussen het Nederland Bruto Binnenlands Product (BBP) en het totaal aan gewerkte uren in de economie. Beide getallen volgens het CBS.

image

De rol en het belang van algemene productiviteit in de economie is bekend. Een belangrijke actuele dialoog is het effect van ICT op die nationale productiviteit, en dan ook wel in verhouding tot arbeidsparticipatie.

De grafiek geeft de verhouding weer tussen bruto binnenlands product (bbp) en het aantal gewerkte uren. Het is ingedeeld per kwartaal, van Q4 2009 tot en met Q4 2011. Die indeling naar kwartalen veroorzaakt in de grafiek het golvende beeld van de seizoensinvloeden. Het is een te korte periode voor interpretaties, en een te simpele verhouding voor conclusies. Maar toch ‘stiekem’ een lichte onderbouwing dat volgens deze cijfers we in Nederland in 2011 met minder gewerkte uren, meer bbp opleveren dan in 2010...

CBS databronnen:

Achtergronden (boeken)

  • The Lights in the Tunnel: Automation, Accelerating Technology and the Economy of the Future
  • Race Against The Machine: How the Digital Revolution is Accelerating Innovation, Driving Productivity, and Irreversibly Transforming Employment and the Economy
  • Information Technology and Productivity Growth: German Trends and OECD Comparisons
Nederlandse leeftijds golf

Een “Creatief met Excel/Powerpoint” plaatje:

image

Bovenstaande grafiek illustreert de “golf” naar de “verzilvering” in onze maatschappij.

Source: Population Division of the Department of Economic and Social Affairs of the United Nations Secretariat,
World Population Prospects: The 2010 Revision,
http://esa.un.org/unpd/wpp/index.htm

Bing’s “Silly Seal” op 1 April

image

De omschrijving zegt “Gray seal on the beach near Helgoland, Germany”, maar als je het achtergrond plaatje wil bewaren krijg je een betere omschrijving in de bestandsnaam: “SillySeal_EN-US1199693670.jpg”.

http://www.bing.com/

Omdat het kan…

Gisteravond was er een ‘item’ bij De Wereld Draait Door, waarin werd gesproken over hoe laagdrempelig het nu zou zijn om de OV Chipkaart te misbruiken. Het stralend enthousiasme waarmee die methode werd getoond, en de antwoorden op de vragen van de presentator waren intrigerend.

De kanttekening die Matthijs van Nieuwkerk probeerde te plaatsen in het gesprek, “jullie hoeven dit toch niet te doen?”, veroorzaakte een min of meer glazige blik bij de woordvoerders. Niet doen leek geen enkele overweging te zijn geweest. De houding en antwoorden leken nog het meest op het bekende (sporters, recordbrekers etc) antwoord op de vraag “Waarom doe je dit”: “omdat het kan”. Dit in de context dat de sprekers zelf aangaven dat het illegaal is om te doen, maar deze “kruiswoordpuzzel voor gevorderden” is te leuk om onopgelost te laten.

Dat het technisch kan, konden we constateren. Accepteren we dat dit ook maatschappelijk kan?

Eén van de motivaties van de sprekers (zo niet de kern motivatie) was dat de overheid veel meer naar IT experts had moeten luisteren. Al bij de introductie zou men de overheid hebben gewezen op de zwakheden van het huidige technische systeem. En omdat de overheid niet luisterde, toont men de zwakheden nu in de praktijk aan. Daarbij gaven de sprekers gelijk de cirkel redenering van de eigen argumentatie aan door te stellen dat alle beveiliging uiteindelijk te kraken zou zijn.

In de “fysieke wereld” zou een dergelijk verloop van waarschuwen en vervolg actie, vrij snel kwalificaties in de richting van chantage en afpersing krijgen. Maar niet in de “digitale wereld”, daar krijgen we een breed platform en complimenten voor doorzettingsvermogen. In het sterk aan te bevelen boek “You Are Not a Gadget” van Jaron Lanier, beschrijft hij deze houding beeldend als “Therefore, we smartest technical people ought to invent ways to attack the innocents, and publicize our results, so that everyone is alerted to the dangers of our superior powers. After all, a clever evil person might come along.” Vervolgens geeft Lanier overigens aan dat deze ideologie (“ideology of violation”) soms ook tot positieve resultaten kan leiden.

Maar niet voordat hij ernstige kanttekeningen plaatst bij het verschil in reactie en houding tussen de digitale en fysieke wereld. Als voorbeeld noemt hij een lezing in 2008 waar onderzoekers aantoonden hoe mobiele telefoons gebruikt konden worden om pacemakers uit te schakelen. Dat verhaal kreeg een relatief positieve bijval, en de publieke en journalistieke reactie was anders dan wanneer de onderzoekers bijvoorbeeld zouden hebben aangetoond een manier te hebben gevonden om onmerkbaar voor de eigenaar ski’s aan te passen zodanig dat deze dodelijk zou verongelukken op de piste.

Ik denk dat we ontwikkelingen in de sfeer van “ideology of violation” vaker als zodanig moeten bespreken en van commentaar voorzien. Nu draait deze wereld mij net iets te gemakkelijk door, “omdat het kan”…

 

Publiek Privaat Samenwerken

image

Een oud voorbeeld van publieke private samenwerking: onder verantwoording en uitvoering van de overheid werden de dijken gebouwd. Maar het was een particulier die zijn vinger in de dijk stak om de polder te redden.

http://www.geheugenvannederland.nl/hgvn/webroot/files/File/extra/atlanticworld/atlanticworld5/tentoon2.html

Troonrede in de “cloud”…

via http://www.prinsjesdag2010.nl/troonrede/tekst_troonrede en http://www.tagxedo.com/app.html, de troonrede in een “cloud”:

clip_image002

Gaat “Het Nieuwe Werken” aan de OECD voorbij?

In Juni 2010 verscheen een interessant rapport van de OECD over de economische situatie in Nederland:

image

Er staan meerdere interessante stellingen, uitspraken en richtingen in dat rapport. Eén van de dingen die mij opviel was de informatie over mobiliteit in Nederland.

The average commuting time in the Netherlands is longer than in other European countries and commuters also spend more time in congestion.

Men stelt dat Nederlanders een langere woon-werk reistijd hebben dan inwoners van andere Europese landen. En óók nog meer tijd doorbrengen in files. De bron van deze data is een onderzoek uit 2005 (!):

image

In dat “Working Conditions Survey” rapport staat bijvoorbeeld ook een diagram van het Europees gemiddelde in woon-werk verkeer reistijd. Er lijkt een licht verschil te zijn in reistijden (in munten per dag) bij werknemers naar aantal uren werken per week. Bij minder uren per week, ook minder reistijd, een omslagmoment is er blijkbaar wanneer men meer dan 48uur per week werkt. Ik kan me voorstellen dat die groep bijvoorbeeld ondernemers betreft met een eigen (thuis)vestiging.

image

Interessant om eens na te denken over de oorsprong van het verschil in “unpaid working hours” waar het rapport op pagina 26 een overzicht van geeft. Nederland scoort daarin relatief erg hoog…

image

De verklaring van de auteurs is leerzaam, en eigenlijk ook zorgwekkend:

Even if somewhat expected, these results are quite striking. While male part-time workers dedicate even less time to unpaid work than male full-time workers (7.2 hours), women working part time appear to use the time saved to carry out unpaid work (volume of hours only taken into consideration, notwithstanding the voluntary character of part-time work, its impact on salary and career development, etc). On average, the unpaid work–paid work ratio is 150% for female part-time workers whereas it stands at 33% for male part-time workers.

Maar weer even terug naar het OECD rapport. Een grafiek toont daar het grote verschil in woon-werk verkeer:

image

De gemiddelde Nederlander zou dus ongeveer 50 minuten per dag besteden aan reistijd.

image

En voor een dichtbevolkt land hebben we relatief weinig korte reistijden. Maar zoals OECD zelf ook aangeeft zijn met name de files daar de oorzaak van.

In mijn geval, heb ik een enkele reis woon-kantoor verkeer van ongeveer 200km. Maar mijn won-werk verkeer is gemiddeld 0km. In de auto doe ik mijn voicemails en telefoongesprekken. In de trein mijn emails, en documenten. De OECD licht de mogelijkheden van “het nieuwe werken” eigenlijk niet toe in haar raport. Allee de klassieke “oplossingen” worden Nederland aangedragen:

In the long-term, infrastructure expansion could ease congestion problems. However, strict zoning and planning regulation make it difficult to find land and lengthy to obtain planning permission. Thus, to facilitate the expansion of the infrastructure, strict zoning and planning regulation should be eased. In the short-to-medium term, a more promising reform avenue is to improve the efficiency of infrastructure. Recognising this, a pioneering road pricing scheme covering (nearly) all vehicles and roads in the country has been presented to parliament. Under the scheme, users will pay for each kilometer driven plus potentially a surcharge in bottleneck areas. The government should pursue the implementation of the innovative and forward-looking road pricing system as it is a powerful instrument to reduce congestion and to pursue environmental objectives.

Er is wel een paragraaf met een interessant kopje:

Commuters should have more alternatives

Misschien is mijn interpretatie van de tekst die daarop volgt te beperkt, maar ik zie er weinig uitdaging en echt alternatief in:

In order to secure the maximum benefits from the road pricing scheme, it is important that commuters can adjust their travel. This can be achieved through the promotion of alternative working patterns and a more efficient provision and use of public transport. Currently, public transport is considered to be working at full capacity during rush hours. Hence, the supply of such services should be better aligned with changes in demand. This can be achieved by opening up more for competition and giving private providers of public transport greater possibilities to open new (bus) routes. To ensure that commuters take informed decisions, prices in public transportation should reflect the cost of provision and subsidies should be transparent and clearly defined, notably to reflect  the positive externalities of having public transport.

Beide rapporten zijn wat mij betreft interessante “food for thought”. Een basis gedachte is in ieder geval, dat beleidsmakers hopelijk verder en breder nadenken over het nut en de achtergronden van deze statistieken in het licht van de mogelijkheden van Digitale Mobiliteit. In ieder geval zou een nieuw Europees Working Conditions Survey bij de vraagstellingen al rekening moeten houden met de mogelijkheden van Digitale Mobiliteit naast de Fysieke Mobiliteit…

Ik ga de nieuwe puppy even uitlaten, boodschappen doen en weer verder werken. :-)

“Here be Dragons”…

In “andere tijden” van de cartografie schreef men “Here Be Dragons” in nog niet goed in kaart gebrachte gebieden. In meerdere opzichten geld die term nu ook nog voor het domein ‘interoperabiliteit’. Veel verhalen, veel meningen, veel inzichten. Een aantal ‘ontdekkingsreizigers’ doen verhaal van hun ervaringen en maken het soms dramatischer dan de werkelijkheid.

image image

In de praktijk ervaren we als “digital native” dagelijks ‘ongemerkt’ vele vormen van uitwisseling van informatie en ervaren we ‘gemerkt’ soms een aantal drempels. Software applicaties kennen verschillende middelen om informatie uit te wisselen en interoperabiliteit te bieden. in hoofdlijnen zijn de belangrijkste drie:

  • Application Programming Interface (API)
  • Protocol
  • Formaat

 image

In een vereenvoudigde representatie zou je kunnen zeggen dat de ieder van deze drie middelen een eigen verbijzondering van interoperabiliteit kan bieden:

  • API – functionele interoperabiliteit
  • Protocol – transactionele interoperabiliteit
  • Formaat – informatie interoperabiliteit

Via een API kan een applicatie van extra functionaliteit worden voorzien. Bijvoorbeeld functies die niet door de oorspronkelijke ontwikkelaar/uitgever zijn voorzien. Bekende voorbeelden zijn de APIs van Microsoft Windows en Microsoft Office. Succesvol toegepast door een zeer groot aantal ondernemingen en individuele ontwikkelaars voor eigen toepassingen en uitbreidingen.

Middels een protocol kunnen applicaties synchroon interactief informatie uitwisselen.  Bekende voorbeelden zijn HTTP voor uitwisseling van informatie via internet ‘browsers’.

Formaten zijn in feite de representatie van informatie. Voor opslag en/of transport. Bekende voorbeelden  zijn het binaire bestandsformaat voor Microsoft Office (de bekende: doc, xls, en ppt bestanden), en HTML voor world wide web pagina’s.

image

De broncode van een software applicatie kan ook de basis zijn voor het realiseren van interoperabiliteit. Maar de API, protocol en formaat middelen bieden een laagdrempeliger, goedkoper en beheersbaardere mogelijkheid voor interoperabiliteit. Interoperabiliteit via (of afhankelijk van) inzicht en het aanpassen van broncode is de meest kostbare vorm van interoperabiliteit. Je kunt je voorstellen hoe onpraktisch, tijdrovend en foutgevoelig het zou zijn om voor interoperabiliteit tussen web browsers afhankelijk te zijn van de broncode van die browsers.

Voor de API, protocol en formaat geldt een spectrum aan mogelijkheden voor het gebruik van deze middelen. Van volledig voorbehouden aan de eigenaar/ontwikkelaar van de software toepassing (gesloten), of volledig open en zelfs zonder beheer (“free”).

image

Daartussenin liggen voor interoperabiliteit de meest interessante opties. Voor de meeste API’s (interfaces), protocollen en formaten geldt dat ze gepubliceerd worden in een handleiding, of onder betaalde of gratis licentie worden aangeboden. Een aantal wordt gepubliceerd voor vrij gebruik door iedereen (open of vrije specificatie) zonder dat daar een licentie voor nodig is. En een aantal API’s, protocollen en formaten zijn “open standaard” waardoor er onafhankelijkheid is in de ontwikkeling.

Iedere kolom in het spectrum heeft eigen consequenties, voor- en nadelen. In de praktijk is het niet zo dat één kolom andere verdringt, ze vullen elkaar aan. De gebruiker, ontwikkelaar, en de bedenker van de interface, protocol of het formaat hebben keuzes en afwegingen te maken. Die afwegingen hebben te maken met factoren zoals beschikbaarheid, kwaliteit, functionaliteit, adoptie, gebruik, dynamiek van/in het domein en meer.

Broncode is duidelijk niet de eerste keuze voor het bereiken van interoperabiliteit. Maar broncode is wel in diverse opzichten relevant. Eén blik op dat onderwerp is wat men met de broncode zou willen kunnen. Wederom is daar keuze voor zowel de gebruiker, ontwikkelaar, en de bedenkers van de software toepassing.

image

Het spectrum voor broncode loopt hier van een behoefte tot het gebruik van het eindresultaat (de software applicatie zelf) tot en met een behoefte om de broncode te mogen aanpassen en door ontwikkelen naar eigen inzicht. Software applicaties die onder een ‘gebruiks recht’ worden aangeboden kunnen ook voorzien worden van een recht op ‘inzage’ of ‘verificatie’ van de broncode. Bij applicaties die onder een ‘hergebruiks recht’ worden aangeboden is het verifiëren en de inzage al mogelijk.

Het participeren in de ontwikkeling van de ‘originele’ broncode is niet per definitie “licentie” of model afhankelijk. Vormen van participatie in ontwikkeling kunnen ingericht worden onafhankelijk van de licentie die van toepassing wordt verklaard op de uiteindelijke code onder een software toepassing.

En let ook op dat voor het aanpassen van functionaliteit in een software toepassing, de eerder genoemde Application Programming Interfaces een “beheerste” manier vormen. Voor het uitbreiden, of aanpassen van functionaliteit in een toepassing is niet per definitie toegang tot de orginele broncode noodzakelijk. Software configuratie, opties en API’s zijn daar eveneens ‘beheersbare’ middelen voor.

DUS…

Waar ik over het algemeen een vrolijke dag van krijg zijn de discussies over gesloten software versus open software. Prima, leuk tijdverdrijf, maar in veel gevallen onderschat men de openheid van veronderstelde ‘gesloten software’ en de geslotenheid van veronderstelde ‘open software’. En het bovenstaande kan voor deskundigen lijken op een ‘over simplificatie’, maar dat gaat vele malen meer op voor veel de inhoud van veel  van de ‘versus’ discussies.

Bovenstaande kreeg ik niet goed onder woorden binnen 140 tekens in een reactie op twitter, maar voel je vrij te interacteren :-)

twitter.com/hansbos

Cloud Nederland BV

We always overestimate the change that will occur in the next two years,
and underestimate the change that will occur in the next ten.
Don't let yourself be lulled into inaction.

- Bill Gates

Bovenstaande is een quote die aan Bill Gates wordt toegeschreven. Ik weet niet wanneer, waar, of waarom hij dat uitgesproken heeft. Wel vind ik de uitspraak bijzonder van toepassing op ‘cloud computing’. Welke definitie, omschrijving, gevoel of andere kwalificatie je ook geeft aan ‘cloud computing’, de kans is groot dat je de veranderingen die het teweeg gaat brengen onderschat.

Economie is één van de dimensies waar naar mijn mening de effecten van de verandering door ‘cloud computing’ zeker niet onderschat moeten worden. Met de ‘cloud is flat’ ( http://blogs.microsoft.nl/blogs/hansbos/archive/2009/08/14/the-cloud-is-flat.aspx ) bedoelde ik te wijzen op de horizontale laag van ‘computing infrastructure’ die cloud computing over de wereld legt. Natuurlijk bepalen factoren als bandbreedte en toegang tot (internet) aansluitingen nog veel van het mogelijke succes en is ook deze laag in de praktijk niet 100% vlak.

Als Nederland moeten we ervoor zorgen dat we de voordelen qua aansluitingen, bandbreedte en internet exchanges, die we hier hebben, optimaal benutten. Cloud computing is een voorbeeld van potentiele ‘constructive disruption’ op macro economische schaal.

image 

Op basis van gegevens van de dit jaar overleden Angus Maddison ( http://www.ggdc.net/maddison/) is bovenstaande grafiek gemaakt van de ontwikkeling van het Bruto Nationaal Product van Nederland naar inwoner. Voorspelbaar is de ontwikkeling van het BNP een stijgende lijn. Veel economen geven aan dat de verandering van een agrarische samenleving naar een industriële, en van industrie  naar digitaal factoren zijn die de ontwikkeling van de BNP hebben versneld.

 

image

Landen, of regio’s die de slag hebben gemist rond industrie of digitalisering laten een minder snelle stijging van het BNP zien. Zelfs voor een vrij homogene regio als West Europa is te zien dat het verschil tussen het meest succesvolle land en het minst succesvolle land is toegenomen. Op wereldniveau is dat verschil tussen hoogste BNP en laagste BNP nog veel groter.

Behalve dat gat tussen meest succesvol en minst succesvol, is er in de fases van ontwikkeling van agrarisch, industrie en digitaal ook een verschuiving geweest in wélke landen or regio’s het meest succesvol waren. Mijn stelling is dat ‘cloud computing’ in potentie een volgende constructieve disruptie is voor de economie. ‘Constructief’ in de zin dat we er als wereld gemiddeld beter van kunnen worden, ‘disruptie’ in de zin dat succes in het verleden geen garantie is voor de toekomst…

 

image

Het model van ‘cloud computing’ staat toe dat iets of iemand (het internet of people and things), via een apparaat interactieve informatie aangeboden krijgt. De cloud maakt de basis en de verbinding van de bron en van de interactie en informatie virtueel. Dat heeft wellicht implicaties voor de techniek, en daar kunnen de aanbieders bij helpen.

Het heeft ook consequenties voor organisaties. De gebruikers, de aanbieders en de tussenpersonen. En daar kan (onder meer) wet- en regelgeving bij helpen. Aangezien we inderdaad over de ‘flat cloud’ spreken, is er technisch geen belemmering voor de geografische vestiging van de diensten aanbieder, en ook niet voor de geografische locatie van de tussenpersoon of de gebruiker van de informatie of interactie. Informatie en interactie kan overal vandaan komen, en naar iedereen toe worden verzonden.

Om dan optimaal economisch te profiteren van zo’n model moet een land or regio zich voorbereiden op deze constructieve disruptie. Nederland is technisch optimaal ingericht: prachtige internet knooppunten, de wijdverspreide aanwezigheid van bandbreedte, en de aanwezigheid van creativiteit en internationale ondernemerszin.

Naast de ‘gewone’ stappen rond het stimuleren van het ‘willen, kunnen, en doen’ voor deze Nederlandse ondernemingen. Moeten we er als Nederland ook voor gaan zorgen dat deze ondernemingen zich in Nederland willen vestigen. Sterker nog: zoveel mogelijke cloud ondernemingen zouden zich qua economische activiteit in Nederland moeten willen vestigen. Bij voorkeur ook ondernemers uit andere landen.

Naast de aanwezige kwalitatief goede technische infrastructuur in Nederland, is de kennis en ervaring om met internationale vestigingsklimaat modellen te ‘spelen’ ons ook niet vreemd. Zoals “Rolling Stones BV” en “U2 BV” eerder in de praktijk bevestigden: http://www.volkskrant.nl/kunst/article335032.ece/Lage_belasting_lokt_ook_U2 

Bij (een onderdeel van) de Microsoft gebaseerde cloud infrastructuur kan een ondernemer zich online inschrijven als gebruiker. Vervolgens kan met een vragenlijstje worden aangegeven hoe een ontwikkelde online dienst ingezet moet worden. Het is niet ondenkbaar om daar op termijn één vraag aan toe te voegen: in welk land wilt u deze toepassing registeren als onderneming?

Baidu kennen we als de Chinese internet zoek machine, maar het internationale Baidu.com Inc is geregistreerd op de Kaaiman eilanden…
Baidu FAQ

Luxemburg was in 2008 de nummer 1 van de wereld ranglijst van het IMF op basis van hoogste BNP per inwoner…
IMF WEO Report

Een onderneming in Nederland is “over het algemeen redelijk vlot” opgericht, namelijk in 10 dagen, terwijl in Australië een ondernemer in 2 dagen aan de slag kan…
CBS Ondernemingsklimaat

Wat is onze ambitie, wat is ons plan voor Nederland als ‘cloud computing’ inderdaad serieus aan haar ‘constructieve disruptie’ gaat beginnen…?

 

Internet Explorer 9 bij MIX10 – “get the right design, and the design right”

Ik ben vandaag eindelijk toegekomen aan het bekijken van de stand van zaken rond Internet Explorer 9. Een goed begin om je te verdiepen in de visie, de status en de voortgang is te vinden op de website van Mix10: http://live.visitmix.com/MIX10/Sessions/KEY02

image

De video geeft een goed idee van de stand van zaken rond bijvoorbeeld de ondersteuning van standaarden:

image

Het geeft een stukje achtergrond van de ‘internals’ van de IE9 preview:

image

 

En je kunt zelf al een aantal dingen proberen en bekijken via http://ietestdrive.com


image

 

Verderop in de video gaat het onder andere over de voordelen van Project Dallas (Data as a Service):

image

En waar je belang(stelling) ten aanzien van IE9 ook op gebaseerd is, kijkt beslist naar het deel dat Bill Buxton presenteert (96 minuten vanaf het begin van de presentaties):

image

En zoals Buxton aangeeft in zijn verhaal maken de snelle ontwikkelingen in onder andere gebruikers interfaces  het verhaal van Scott Guthrie over IE9 en HTML5 “like so 5 minutes ago…”.

Uit zijn verhaal komt de opmerking “get the right design, and the design right”…

PS: Bill Buxton kwam later op zijn blog nog terug op zijn MIX 10 verhaal: http://visitmix.com/Opinions/recycled-creativity-a-note-from-bill-buxton

Interoperabiliteit als basis principe

Er is veel, heel veel, wellicht téveel, gesproken en geschreven over interoperabiliteit. Hier wil ik één ding er even tussenuit lichten, naar aanleiding van wat interne en externe discussies. Interoperabiliteit als basis principe, een uitgangspunt, voor Microsoft.

Interoperabilteit bieden is om te beginnen een economisch verantwoorde, rationele en winstgevende keuze voor een bedrijf. Het vergroot de acceptatie, inzetbaarheid en mogelijkheden van producten en diensten. Op grotere schaal stimuleert het bijvoorbeeld ook nog de economie. Daarnaast is interoperabiliteit bieden ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Mede daarom is het behalve een zakelijk onderwerp, ook een basis principe, een uitgangspunt voor Microsoft.

Binnen Microsoft adresseren we Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) langs de bekende drie thema's: "People, Planet & Profit". Waarbij we "profit" uitwerken als onze bijdrage aan de maatschappij voor groei van de lokale economie en welvaart. Dit is geen nieuwe of uitzonderlijke uitleg. In 1960 legde Hewlett Packard mede oprichter, Dave Packard, het al uit als de echte reden voor het bestaan van een bedrijf:

Many people assume, wrongly, that a company exists simply to make money. While this is an important result of a company’s existence, we have to go deeper and find the real reasons for our being.

People get together and exist as a company so that they are able to accomplish something collectively that they could not accomplish separately – they make a contribution to society.

- Dave Packard, 1960

Natuurlijk is het ook goed, en om bekende redenen uiteraard verstandig, om als bedrijf geld te verdienen en winst te maken. Net zoals gezegd wordt over macht, komt voor bedrijven geld en groei met verantwoordelijkheden. Microsoft General Counsel Brad Smith introduceerde in 2006 een aantal verantwoordelijkheden van Microsoft als de "Windows Principles":

As creators of an operating system used so widely around the world, we recognize that we have a special responsibility, both to advance innovation and to help preserve competition in the information technology industry. We take this responsibility very seriously.

(…)

We've learned that people care not only about what we do but about how we do it. So, our goal today is to be principled, transparent and accountable in our design of Windows as we go forward now and in the future.

http://www.microsoft.com/presspass/exec/bradsmith/07-19-06WindowsPrinciples.mspx

De "Windows Principles" worden door Microsoft wereldwijd in praktijk gebracht. Het zijn principes die te maken hebben met onze product ontwikkeling, met samenwerken en competitie en dergelijke meer praktische zaken. Brad Smith benadrukte toen echter ook dat uit de positie van Microsoft en de "Windows Principles" nog meer en een ander soort verantwoordelijkheden volgen:

We recognize that Windows serves as a platform on which thousands of businesses and millions of individuals every day base an important part of their work and their lives. Windows' success is obviously at the core of our success as a company, and we very much appreciate that we will be successful in the future only if we fulfill the very special and high responsibility that we have.

We recognize that for users, an operating system is important solely because of what it allows other people to do on top of it. People don't buy a PC simply to run an operating system. They buy a PC to use all the applications and Internet services that they can access on top of that operating system.

http://www.microsoft.com/presspass/exec/bradsmith/07-19-06WindowsPrinciples.mspx

Die laatste zin adresseert in feite interoperabiliteit: "to use all the applications and Internet services that they can access". Uit de basis principes en verantwoordelijkheden voor Microsoft volgt het bieden van interoperabiliteit.

Dat is in 2008 nog duidelijker en explicieter gemaakt met de "Interoperability Principles":

Microsoft today announced a set of broad-reaching changes to its technology and business practices to increase the openness of its products and drive greater interoperability, opportunity and choice. These changes are codified into four new interoperability principles and corresponding actions:
1) ensuring open connections;
2) promoting data portability;
3) enhancing support for industry standards; and
4) fostering more open engagement with customers and the industry, including open source communities.

http://www.microsoft.com/interop/principles/default.mspx

Beide publicaties (de "Windows Principles" en de "Interoperability Principles") zijn nog steeds industrie leidende verklaringen over hoe een groot bedrijf haar positie vertaald naar strategische en operationele verantwoordelijkheden.

De formulering "enhancing support for industry standards" in de "Interoperability Principles" kwam later dat jaar (in 2008) tot meer verdieping met een publicatie hoe Microsoft denkt (en werkt) ten aanzien van het element "standaarden":

Standardization is a useful first step in promoting interoperability, but more work is required among vendors to achieve the goal:

• Shared stewardship in the ongoing evolution of the standards as they are maintained by the standards body. Microsoft is committed to being an active participant in the evolution of ODF, Open XML, XML Paper Specification and PDF standards. Microsoft has already made contributions to ODF in OASIS and is actively participating in the maintenance of Open XML in ISO/IEC.

• Transparency. Vendors must be transparent when implementing standards in their own products. By publishing these implementation notes Microsoft is helping other developers and vendors make informed decisions on how they create their own implementations. In addition to the ODF notes, Microsoft will also publish similar implementation notes for Open XML in the coming months. This information will be updated over time as products change and based on feedback.

• Collaboration. Vendors must collaborate with other vendors to identify and resolve real-world issues among implementations, and build tools and solutions to improve interoperability over time. Events such as the DII workshops around the world enable technical vendor discussions, labs and solution-enablement programs that help vendors develop solutions for effective data exchange between product implementations of document format standards.
http://www.microsoft.com/presspass/press/2008/dec08/12-16ImplementationNotesPR.mspx

De aanleiding voor deze tekst betrof uitwisseling en standaardisatie van document formaten. In de praktijk van vandaag en het verleden is dit werkmodel ook ingezet bij standaarden op andere terreinen.

Het bestaan van een standaard alleen is niet voldoende voor het realiseren van interoperabiliteit in de praktijk. Met een standaard komt (ook weer) verantwoordelijkheid: om de standaard te beheren ("shared stewardship"), om als leverancier van software transparant te zijn over de implementatie van een standaard, en om als leveranciers samen te werken op praktische (knel)punten (als gevolg van een standaard).

Interoperabiliteit is in de praktijk vaak simpel,
Maar we moeten er niet té simpel over denken.

http://noiv.nl/weblogs/hans-bos/2010/02/15/open-verbindingen/

Samengevat

Behalve dat het economisch verstandig is, is interoperabiliteit een basis principe voor Microsoft. Dat is in de praktijk terug te vinden in producten en werkwijzen, in mogelijkheden en samenwerkingen. Interoperabiliteit kan geboden worden via open verbindingen, via (data) portabiliteit, via standaarden en middels overleg en samenwerking.

Uit verantwoordelijkheid volgt interoperabiliteit, interoperabiliteit kent inzet van standaarden als een belangrijk middel, en bij standaarden volgt weer een verantwoordelijkheid.

NB:

Ik heb nu de "Windows Principles" als vertrekpunt genomen, meer informatie over de "Windows Principles" en andere wereldwijde principes voor Microsoft zijn hier te vinden: http://www.microsoft.com/about/corporatecitizenship/en-us/our-commitments/principles/

 

Tags van Technorati:
Technologie en maatschappij

image

Toen men de dom van Florence ontwierp in de laatste jaren van de 13e eeuw, had men nog geen idee hoe men ooit met name de grote koepel zou gaan realiseren.

“The problem was that when the building was designed in the previous century, no one had any idea about how such a dome was to be built, (..)”
bron:
http://en.wikipedia.org/wiki/Filippo_Brunelleschi

De maatschappij, de gemeenschappelijke ambitie, oversteeg ruimschootse de toenmalige technische mogelijkheden. Pas ruim 100 jaar na het begin van het ontwerp en de bouw was het Brunelleschi die als typische Renaissance architect bedacht hoe de koepel gerealiseerd kon worden.

Meerdere aspecten aan die koepel waren nieuw. Sommige technisch ingewikkeld qua ontwerp en realisatie, sommige alleen al qua logistiek.

“..how to transport heavy building materials such as sandstone beams and slabs of marble several hundred feet above the ground and then place them into position with the accuracy demanded by Filippo’s design.
(..)
To solve this problem Filippo was compelled to imagine “some unheard-of machine” to move and carry tremendous weights to incredible heights.”
bron: Brunelleschi’s Dome, door Ross King (p.57)

In onze tijd, zeker in de ICT industrie, komen we veel technologie tegen die zich een weg zoekt naar de maatschappij. De technologie geeft ruimte aan nieuwe maatschappelijke ambities. Dat is mooi. Dat is op zich prima. Maar het is misschien nog mooier als we als maatschappij eerst onze ambities neerzetten en daar de bijpassende technologie vinden of ontwikkelen.

 

links

  1. Wikipedia over de Dom van Florence: http://en.wikipedia.org/wiki/Cathedral_of_Florence 
  2. Wikipedia over Filippo brunelleschi: http://en.wikipedia.org/wiki/Filippo_Brunelleschi
  3. Boek “Brunelleschi’s Dome” bij Bol.com: http://www.bol.com/nl/p/engelse-boeken/brunelleschi-s-dome/1001004001585994/index.html
Meer posts Volgende pagina »