Platform Support

Platform Support

De dagelijkse praktijk van Windows Platform Support in Nederland: jouw probleem, ons werk.
Server 2012 CSV backup problemen

Wanneer je tegen problemen aanloopt met betrekking tot het backuppen van CSV's op Server 2012 Clusters is er een aantal stappen die genomen kan worden voordat onze hulp meerwaarde biedt. Bijvoorbeeld, tijdens de backup valt er een CSV weg en zie je onderstaande error in een van de events;

'STATUS_CLUSTER_CSV_AUTO_PAUSE_ERROR(c0130021)’

Wat je nu het beste kunt is het volgen van onderstaande stappen (Let op: volg deze stappen in volgorde van opsomming);

- Update allereerst met deze hotfix;
2838669 Update that improves cluster resiliency in Windows Server 2012 is available
http://support.microsoft.com/kb/2838669/EN-US

- Check vervolgens of je gebruik maakt van een software of hardware snapshot provider met onderstaand commando (in CMD); 'vssadmin list providers' (zonder quotes). Aan te raden vanuit Microsoft is om gebruik te maken van een hardware snapshot provider omdat dit (veel) minder impact heeft op de CSV's. Zie ook onderstaand artikel voor meer informatie;
http://blogs.technet.com/b/asim_mitra/archive/2009/12/11/snapshot-provider-considerations-while-backing-up-a-csv-cluster.aspx

- Indien er gebruik wordt gemaakt van een Software Snapshot provider, zorg dan dat er in ieder geval Per Lun\Node Serialization wordt gebruikt om de CSV impact te minimaliseren. Om dit te doen is het aan te raden de stappen uit onderstaand artikel te volgen;
http://technet.microsoft.com/en-us/library/hh757922.aspx

Mochten de problemen zich, na het volgen van bovenstaande stappen, nog steeds voordoen dan kan er getest worden met ODX\Trimming disabled. Dit doe je met behulp van onderstaande acties;
*Disable trim by running this command on all Nodes:
- fsutil behavior set disabledeletenotify 1

*Disable ODX by running this command on all Nodes:
- Set-ItemProperty hklm:\system\currentcontrolset\control\filesystem -Name "FilterSupportedFeaturesMode" -Value 1

Succes en tot een volgende blog!

Jurjen Laene

Windows 8 en Windows Server 2012 recommended cumulatieve update

Voor Windows 8 en Server 2012 is er een cumulatieve update uitgekomen die niet via Windows Update wordt gepushed.

Het is sterk aan te raden deze mee te nemen in de patch rondes;

http://support.microsoft.com/kb/2811660/

Jurjen Laene, Senior Support Engineer Microsoft Platform Team Nederland  

Posted: Mar 15 2013, 04:13 PM door Jurjen Laene | met no comments
Opgeslagen onder:
hotfix rollup package voor Windows 7 SP1 en Windows Server 2008 R2 SP1

Zoals de titel al suggereert is er een rollup package released voor Windows 7 SP1 en Server 2008 R2 SP1. Het is sterk aan te raden deze te installeren (deze wordt niet standaard gepushed vanuit WSUS\WU aangezien het geen security fix betreft);

An enterprise hotfix rollup is available for Windows 7 SP1 and Windows Server 2008 R2 SP1
http://support.microsoft.com/kb/2775511 

Zie voor meer informatie ook deze handige update catalogus; http://catalog.update.microsoft.com/v7/site/search.aspx?q=2775511 

Jurjen Laene, Senior Support Engineer Microsoft Platform Team Nederland 

Windows Management Framework 3.0 en Exchange 2007 / Exchange 2010

Recentelijk is Windows Update begonnen met het aanbieden van het Windows Management Framework 3.0 als optionele update. Dit omvat alle update distributievormen zoals: Microsoft Update, WSUS, System Center Configuration Manager en andere mechanismen. Essentieel om te weten is dat het Windows Management Framework 3.0, Windows PowerShell 3.0 bevat.

Het Windows Management Framework 3.0 wordt gedistribueerd als KB2506146 e KB2506143 (afhankelijk van de OS versie wordt één van de twee aangeboden - Windows Server 2008 SP2 or Windows Server 2008 R2 SP1).

Hoe beïnvloedt dit u?

Het Windows Management Framework 3.0 (in het bijzonder PowerShell 3.0) is nog niet ondersteund op een andere versie van Exchange dan Exchange Server 2013, welke het veresit. Als u het Windows Management Framework 3.0 op een server met Exchange 2007 of Exchange 2010 wilt installeren, zult u problemen ondervinden, zoals Exchange update rollups die niet kunnen installeren, of de Exchange Management Shell werkt niet correct.

We zijn op de hoogte van problemen met Exchange update rollups installaties met de volgende symptomen:
Wanneer een rollup wordt geïnstalleerd door middel van Microsoft Update, kan de installatie mislukken met error code 80070643
Wanneer een rollup wordt geïnstalleerd door middel van een download, kan de installatie mislukken met "Setup ended prematurely because of an error".
In beide gevallen, kan Event ID 1024 gelogd worden in het Application event log met de error:  error code “1603”.
Bijvoorbeeld, wanneer u tracht de update Rollup 5 for Exchange 2010 SP2 te installeren, kunt u de volgende details zien in het Event ID 1024:
Product: Microsoft Exchange Server - Update 'Update Rollup 5-v2 for Exchange Server 2010 Service Pack 2 (KB2785908) 14.2.328.10' could not be installed. Error code 1603. Windows Installer can create logs to help troubleshoot issues with installing software packages. Use the following link for instructions on turning on logging support: http://go.microsoft.com/fwlink/?LinkId=23127

Onze aanbeveling op het moment is dat het Windows Management Framework 3.0 niet geïnstalleerd dient te worden op servers met Exchange 2007 of Exchange 2010, of op werkstations met het Exchange Management Tools voor één van deze versies geïnstalleerd. Indien u deze update al heeft geïnstalleerd, dient u deze te verwijderen. Zodra de update verwijderd is, zal alle functionaliteit weer beschikbaar zijn.

NL CTS Exchange support team

Event: European App-V User Group Day 2013

Net zoals in 2011, wordt er wederom een dag georganiseerd waarbij partners, MVP’s en Microsoft support medewerkers spreken over verschillende App-V gerelateerde onderwerpen.

Deze dag was in 2011 een groot succes en we hopen dat dit jaar weer net zo geweldig gaat worden!

Inmiddels kan er geregistreerd worden op de onderstaande website:

European App-V User Group 2013
www.appvug.com


Tot dan!

Madelinde Walraven
App-V Support Escalation Engineer

Posted: Jan 03 2013, 11:34 AM door Jurjen Laene | met no comments
Opgeslagen onder:
App-V 5.0: Waar vind ik de informatie die ik zoek?

 Een tijdje geleden hebben we de nieuwste versie van App-V, versie 5.0, gelanceerd. In deze versie hebben we eigenlijk het gehele product vernieuwd, en we krijgen een hoop vragen vanuit de community over deze nieuwe versie.

De officiële aankondiging vindt je hier:

Microsoft Application Virtualization 5.0 is here!
http://blogs.windows.com/windows/b/springboard/archive/2012/11/07/microsoft-application-virtualization-5-0-is-here.aspx

Vooral omdat deze zodanig nieuw is, zijn er veel onzekerheden en vragen over belangrijke onderwerpen zoals de migratie. Wat velen niet weten, is dat er al heel veel documentatie en informatie over App-V 5.0 online staat. In deze post kun je de meeste info vinden die momenteel beschikbaar is, om zo een referentiepunt te bieden voor de App-V community. Ook vindt je hier algemene links waar regelmatig info bijkomt, en welke je dus goed als bron kan gebruiken.

Het mooiste beginpunt is eigenlijk onze TechNet portal. Op deze portal kun je eigenlijk alles over App-V, en dus ook over versie 5.0, vinden. Deze portal vindt je hier:

Application Virtualization (App-V)
http://technet.microsoft.com/en-US/windows/hh826068.aspx?ocid=wc-blg-sprblog

Voor geïnteresseerden die nieuw zijn met betrekking tot App-V 5.0, is het belangrijk om te weten wat er veranderd is. Hieronder vindt je een overzichtje van 4 TechNet pagina’s die deze info verschaffen.

• What's New in App-V 5.0?
http://technet.microsoft.com/library/jj713446.aspx

• App-V 5.0 Release Notes
http://technet.microsoft.com/library/jj713440.aspx

• App-V 5.0 Architecture
http://technet.microsoft.com/library/jj713498.aspx

• Evaluate App-V 5.0
http://technet.microsoft.com/library/jj713406.aspx

Ook merken we dat wanneer er getest of uitgerold moet worden, er vragen zijn over deze onderwerpen.
We hebben verschillende checklists beschikbaar en ook informatie over de deployment van de App-V componenten. Deze vindt je hier:

• App-V 5.0 Deployment Checklist
http://technet.microsoft.com/library/jj713488.aspx

• Deploy the App-V 5.0 Server
http://technet.microsoft.com/library/cc843643.aspx

• Deploy the App-V 5.0 Sequencer and Client
http://www.microsoft.com/en-us/default.aspx

• App-V 5.0 Planning Checklist
http://technet.microsoft.com/library/jj713451.aspx

• App-V 5.0 Security Considerations
http://technet.microsoft.com/library/jj713410.aspx

Onze Administrator’s Guide, die een schat aan informatie bevat, zoals getting started info, planning, deployment en operations, vindt je hier:

Microsoft Application Virtualization 5 Administrator's Guide
http://technet.microsoft.com/en-us/library/jj713487.aspx

Om een goed idee te krijgen hoe App-V 5.0 werkt, en hoe het eruit ziet, hebben we ook een aantal mooie demonstraties online staan over verschillende onderwerpen.
Vooral omdat we ook veel nieuwe terminologie hebben, zullen deze demo’s een goed beeld geven van hoe alle features nu heten en wat ze doen.

Demo: App-V 5.0 Overview
http://technet.microsoft.com/en-us/windows/jj835807

Demo: App-V 5.0 Virtual Application Connection
http://technet.microsoft.com/en-us/windows/jj835808

Demo: App-V 5.0 Dynamic Configuration
http://technet.microsoft.com/en-us/windows/jj835809

Demo: App-V 5.0 Sequencer
http://technet.microsoft.com/en-us/windows/jj835810

Demo: App-V 5.0 Coexistence and Migration
http://technet.microsoft.com/en-us/windows/jj835811

Demo: App-V 5.0 Shared Content Store
http://technet.microsoft.com/en-us/windows/jj835812
• 

Deze is waarschijnlijk iets bekender, maar we hebben ook een speciale pagina voor alle documentatie die beschikbaar is om te downloaden. Hier vindt je alle “oude” whitepapers maar ook al een aantal nieuwe!

Microsoft Application Virtualization (App-V) Documentation Resources Download Page
http://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=27760

Hier vindt je de volgende App-V 5.0 whitepapers:

• App-V 5.0 Trial Guide
• App-V 5.0 Sequencing Guide

Als laatste wil ik nog even verwijzen naar onze App-V Team blog:

The Microsoft Application Virtualization Blog
http://blogs.technet.com/b/appv/

Met de komst van App-V 5.0 hebben we inmiddels een aantal erg goede posts gezien van onze collega’s en deze gaan diep in op sommige nieuwe features zoals de Connection Groups en Scripting.

• App-V 5.0 Client PowerShell Deep Dive
http://blogs.technet.com/b/appv/archive/2012/12/03/app-v-5-0-client-powershell-deep-dive.aspx

• Sequencing for Connection Groups
http://blogs.technet.com/b/appv/archive/2012/11/29/sequencing-for-connection-groups.aspx

• Scripting and Embedded Scripting for AppV 5.0 (Dynamic Deployment and User Configuration Scripting)
http://blogs.technet.com/b/appv/archive/2012/12/10/scripting-and-embedded-scripting-for-appv-5-0-dynamic-deployment-and-user-configuration-scripting.aspx

Ook hebben we een KB artikel gepubliceerd over App-V en Office. Er zijn aardig wat vragen over wat de (on)mogelijkheden nu zijn, en dit artikel legt per versie van Office of van App-V uit wat kan, en hoe het (gaat) werken. Een erg handig artikel dus om bij de hand te houden!

Supported scenarios for deploying Microsoft Office as a sequenced App-V Package
http://support.microsoft.com/kb/2772509

Veel plezier met lezen, kijken en testen 

Madelinde Walraven, Support Escalation Engineer


 

Posted: Dec 17 2012, 09:44 AM door Jurjen Laene | met no comments
Opgeslagen onder:
Windows 8\Server 2012, waar is Xperf?

Voor alle fans van ETW tracing met behulp van Xperf is er een vervanging vanaf Windows 8 en Windows Server 2012; Windows Performance Recorder (WPR). De tool zit in de Windows Performance Toolkit for Windows 8 en met een User Interface en built-in templates is het de ideale tool om traces te maken van hoge CPU of andere performance problemen. Uiteraard kun je ook gewoon via de command line werken met WPR.

Het analyzeren van de traces gaat via Windows Performance Analyzer (WPA)

Windows Performance Toolkit; http://msdn.microsoft.com/en-us/library/windows/desktop/hh162962.aspx

Introduction to WPR; http://msdn.microsoft.com/en-us/library/windows/desktop/hh448091.aspx 

WPR Quick start; http://msdn.microsoft.com/en-us/library/windows/desktop/hh448142.aspx 

Jurjen Laene, Senior Support Engineer Microsoft Platform Team Nederland 

Server 2012 Clustering features

 Nu de release van Win8 en Server 2012 nadert is het goed twee belangrijke nieuwe (zowel standalone als cluster aware) features aan te stippen;

 -Storage Pools

 Dit is onderdeel van de Storage Services feature (in de File and Storage Services role).

 http://blogs.msdn.com/b/clustering/archive/2012/06/02/10314262.aspx  

 http://blogs.msdn.com/b/b8/archive/2012/01/05/virtualizing-storage-for-scale-resiliency-and-efficiency.aspx

Wanneer zou je hier gebruik van willen maken?

Bijvoorbeeld in een oplossing waar de shared storage basic is (een NAS dat enkel fungeert als JBOD) en waar je toch aparte disks wilt presenteren aan het OS\Cluster. Een andere manier van gebruik is wanneer je een apart storage team binnen je bedrijf hebt en je wilt een specifiek aantal disks\ sizes gepresenteerd hebben aan het cluster. Normaal zou je deze eisen doorspelen aan je storage team. Nu kun je 1 (of meerdere) disk(s) van dezelfde grootte aanvragen en na het presenteren je eigen indeling maken met behulp van de pools.

 

-Hyper-V Replication

 

Dit stelt je in staat Hyper-V guests te repliceren van, bijvoorbeeld, de ene naar de andere site. Dit kun je in een clustering oplossing zien als fault tolerant optie waarin je twee gescheiden clusters hebt draaien in verschillende sites die onderling de VM's repliceren. Wanneer er een site down gaat kan de andere site als "productie" worden gemarkeerd en zonder problemen verder draaien. Je hebt in dit geval een GEO clustering solution zonder dat je gebruikt hoeft te maken van third party replicatie resources die door de storage vendors gebruikt worden (Replistor van EMC bijvoorbeeld).

http://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=29016

http://blogs.technet.com/b/virtualization/archive/2012/03/27/why-is-the-quot-hyper-v-replica-broker-quot-required.aspx 

Jurjen Laene, Senior Support Engineer Microsoft Platform Team Nederland 

 

 

 

De "App-V Best Practices Analyzer" (BPA)

Inmiddels is er een flink aantal tools die we kunnen gebruiken om App-V 4.5 te managen, maar deze zijn niet allemaal even bekend. De meeste van deze tools kunnen gevonden worden op onze website:

Application Virtualization Resource Kit Tools
http://technet.microsoft.com/en-us/appvirtualization/dd277292

In de praktijk heb ik vaak gezien dat deze tools gebruikt worden, maar dat er eentje is die vrij onbekend is en daardoor weinig gebruikt wordt. En dat terwijl deze tool erg handig kan zijn om bekende problemen en misconfiguraties te voorkomen!

Het gaat hier om de “App-V” Best Practices Analyzer, de App-V BPA in het kort, en deze blog zal dieper op deze tool in gaan en hoe hij geïnstalleerd en gebruikt moet worden.

Het doel

De App-V BPA is een diagnostische tool die onze App-V 4.5 Management Servers of Streaming Servers controleert op de configuratie. Wanneer er iets niet juist is, zal dit zichtbaar worden in het uiteindelijke rapport.

Systeemvereisten en gebruik

De App-V BPA maakt gebruik van de Microsoft Baseline Configuration Analyzer. Deze zal dan ook geïnstalleerd moeten worden voordat we gebruik kunnen gaan maken van onze BPA. Tevens is het nodig om .NET 2.0 of hoger geïnstalleerd te hebben, en uiteraard kan de tool alleen gedraait worden op een machine waarop een van de twee App-V Server componenten aanwezig is (De Management of Streaming server). Een overzicht van de benodigdheden staat hieronder:

• .NET 2.0 of hoger
• Microsoft Baseline Configuration Analyzer v1.0
• De App-V Streaming Server version 4.5 of App-V Management Server version 4.5

De Baseline Configuration Analyzer kan hier gedownload worden:

Microsoft Baseline Configuration Analyzer
http://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=3075

Het gebruik van de tool is eigenlijk heel simpel. Wanneer de vereisten zijn geïnstalleerd, hoeven we alleen de BPA te downloaden en te installeren. Hieronder vindt je de downloadlocatie:

Microsoft Application Virtualization Best Practices Analyzer
http://www.microsoft.com/en-us/download/details.aspx?id=4022

De installatie van de BPA wijst zichzelf de weg, en wanneer hij geïnstalleerd is, kun je hem terugvinden in “C:\Program Files (x86)\Microsoft App-V Best Practices Analyzer”.

Via een command prompt kan de executable (AppVirtBPA.exe) gestart worden. Er zal dan een korte check gedaan worden of er inderdaad een App-V Server component aanwezig is op deze machine, en welk component dit dan is.

 

Nadat de tool klaar is met de check, zal een HTML rapport met de resultaten automatisch worden weergegeven.

Het rapport

Uiteraard hopen we dat het rapport gaat aangeven dat alles naar behoren werkt en dat er geen problemen zijn die onze aandacht vereisen. Wanneer dit het geval is, zien we een rapport zoals onderstaande:

Maar uiteraard willen we juist graag weten of er problemen zijn en hoe we deze moeten aanpassen. Een voorbeeld hiervan is het issue wat in de onderstaande blog post wordt besproken:

Pre-creation of Server objects may yield certain sub-optimal values in the App-V SQL Database
http://blogs.technet.com/b/appv/archive/2010/05/10/pre-creation-of-server-objects-may-yield-certain-sub-optimal-values-in-the-app-v-sql-database.aspx

Dit artikel geeft uitleg over een aantal instellingen van de App-V management server, en hoe dit werkt wanneer we server objecten van te voren aanmaken. In dit geval kan het zijn dat sommige instellingen niet ideaal komen te staan.

In dit geval zou dit naar voren komen in het App-V BPA rapport, en hieronder vindt je twee voorbeelden van wanneer de Core_timeout of de Max_Conn niet juist zijn.

Aan de hand van deze resultaten kunnen de instellingen worden aangepast. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de servers optimaal functioneren en dat we op deze manier een aantal problemen vroegtijdig kunnen ondervangen.

Veel plezier met deze tool!

Madelinde Walraven, Support Escalation Engineer

Posted: Jul 09 2012, 02:32 PM door Jurjen Laene | met no comments
Opgeslagen onder:
Event ID 4201 gevolgd door cluster problemen

Op een 2008 R2 (SP1) cluster loop je tegen cluster problemen aan met verschillende symptomen. Wanneer je de cluster logs bekijkt zie je niets anders dan plotselinge disconnects waarbij alle nodes elkaar kwijtraken, eindigend in een situatie waar elke node denkt ownership te moeten nemen van de resources. Dit resulteert in het complete cluster dat onderuit getrokken wordt.

Vanuit de event logs kun je er je vinger ook niet op leggen. Echter, wat telkens terugkeert wanneer dit probleem zich voor doet is, net voor de problemen beginnen, onderstaand event;

06/21/2012 09:09:17 AM   Information   Machine.Contoso 4201    Microsoft-Windows-Iphlpsvc          N/A                NT AUTHORITY\SYSTEM               Isatap interface isatap.{guid} is no longer active.


Ervaring leert dat dit event, met cluster problemen tot gevolg, gerelateerd is aan bekende problemen die opgelost zijn na het volgen van onderstaande stappen.

Update het cluster naar 2008 R2 SP1 (mocht de omgeving nog niet op SP1 runnen) en installeer de recommended hotfixes uit KB2545685 (waarbij de nadruk ligt op KB2550886).

Succes!

Jurjen Laene, Senior Support Engineer Microsoft Platform Team Nederland

Whitepaper Release: Virtuele applicaties beheren met App-V 4.6 en System Center ConfigMgr 2012

Zoals misschien bekend is, hebben we verschillende whitepapers met betrekking tot App-V en de integratie met ConfigMgr.
Met de nieuwe release van System Center ConfigMgr 2012, is er ook een nieuwe whitepaper geschreven, speciaal voor App-V 4.6 en ConfigMgr 2012.

De whitepaper kan hier gedownload worden.

De oude whitepapers betreffende System Center Configuration Manager 2007 R2 zijn alsnog beschikbaar:

Application Virtualization Whitepapers
http://technet.microsoft.com/en-us/appvirtualization/cc843994.aspx

Madelinde Walraven, Support Escalation Engineer

De App-V client kan de reporting data niet uploaden waardoor Event 3144 en error 0A-200001F4 gelogd worden.

Een tijdje geleden heb ik gewerkt aan een specifiek reporting probleem met App-V. Omdat dit issue eens in de zoveel tijd weer gemeld wordt, heb ik besloten dit in een blog samen te vatten, voor zowel onze Engelse als Nederlandse gebruikers.

Belangrijk: Voordat de acties en veranderingen in dit artikel worden toegepast moet er een backup gemaakt worden van de App-V SQL database!

Het probleem

Het probleem dat ik in dit artikel behandel is een reporting probleem binnen de App-V client. In dit geval kan de App-V client de reporting cache niet uploaden naar de App-V Management Server. In deze cache bewaren we onder andere de gebruiksinformatie van App-V applicaties, en wanneer dit probleem optreedt, kunnen er geen juiste rapporten worden gedraaid binnen App-V. Het is niet zo dat dit probleem op alle clients zal voorkomen, het kan ook zo zijn dat bepaalde clients wel de data uploaden, waardoor rapporten wel informatie bevatten. Wanneer een aantal clients het probleem wel heeft, zullen de rapporten onvolledig zijn.

De symptomen

Wanneer de App-V Management Server geconfigureerd is om reporting data van de clients te ontvangen, maar de Management Server wordt niet gebruikt om rapportages te draaien, zul je waarschijnlijk niet weten dat dit probleem zich voordoet. In dit geval is het ook een optie om de reporting data verzameling uit te zetten.

Over het algemeen hebben we de volgende symptomen voor dit probleem gezien:

• Waarschuwingen in de logs (Applicatie Event log en App-V client log).
• Foutmeldingen of onvolledige resultaten wanneer een rapport gedraaid wordt.
• Een toename van gebruikte schijfruimte op de App-V client omdat de XML bestanden niet worden opgeruimd.

In de App-V client log (sftlog.txt), kun je de volgende melding verwachten wanneer je dit issue ook ervaart:

[07/08/2011 07:56:28:947 REPT WRN] {tid=744:usr=USERNAME}
The Application Virtualization Client report data cache could not be sent to Publishing Server URL 'rtsp://APPVSERVER:554/' (rc = 1690640A-200001F4).

In de Applicatie Event Log zul je een bijbehorend event met ID 3144 vinden, maar het is belangrijk om niet alleen van Event 3144 uit te gaan in dit geval!

Event ID 3144 is een algemeen ID voor alle waarschuwingen binnen App-V met betrekking tot reporting. Het is daarom mogelijk dat de return code (RC) binnen dit event anders is, en de oorzaak van het probleem zal dan ook anders zijn. Wanneer je Event ID 3144 ziet, met een RC 0A-200001F4, en de symptomen hebt die eerder beschreven zijn, is het zeer waarschijnlijk dat je het probleem ervaart dat we in deze blog post bespreken.

Een belangrijk punt wat we in gedachten moeten houden voor dit probleem is dat de complete oplossing bestaat uit meerdere stappen, twee om precies te zijn. De oplossing voor het probleem zelf is een kleine stap, waarna de gegevens vanaf dat moment zonder problemen geupload zullen worden. Aangezien de gegevens van voor die tijd niet automatisch geupload zullen worden, moeten we daar specifieke stappen voor ondernemen, wanneer deze zogenaamde “history data” wel gewenst is. Wanneer deze informatie nodig is, zullen we deze aan de hand van een vrij complexe procedure in de App-V SQL database moeten importeren.

Achtergrondinformatie over App-V Reporting

Toen we App-V versie 4.5 uitbrachten, hebben we de manier waarop we de rapportage in zijn algemeenheid werkt veranderd. Sinds App-V 4.5 gebruiken we XML bestanden op de App-V client waarin we de informatie tijdelijk opslaan tussen de Desktop Configuration Refreshes (DC Refresh). Wanneer een DC Refresh uitgevoerd wordt, sturen we de informatie uit deze XML naar de App-V Management Server.

Vanwege de veranderingen en de verschillen tussen SoftGrid 4.1.x.x en App-V 4.5 is het niet mogelijk om de informatie van een App-V 4.5+ client naar een SoftGrid 4.1.x.x server te uploaden. Wanneer dit het geval is, zullen we een onderstaande melding zien in onze App-V client log (sftlog.txt):

[08/24/2010 14:55:18:179 MIME VRB] {tid=BA4:usr=Administrator}
DC server does not want to receive v4.5+ reporting

Tevens zullen we zien dat onderstaande registersleutel op 0 staat wanneer een App-V 4.5+ client naar een SoftGrid 4.1.x.x server verbindt. Wanneer we naar een App-V 4.5 Management Server verbinden, staat deze sleutel op 1.

Op x86:
HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\SoftGrid\4.5\Client\DC Servers\Reporting

Op x64:
HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\Microsoft\SoftGrid\4.5\Client\DC Servers\Reporting

Wanneer de bovenstaande “reporting” sleutel op 1 staat, zul je ook de volgende sleutels hebben in het register. Deze sleutel bevat de naam en de locatie van het meest recente XML bestand.

Op x86:
HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\SoftGrid\4.5\Client\Reporting\LastCacheFile

Op x64:
HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\Microsoft\SoftGrid\4.5\Client\Reporting\LastCacheFile

Dit XML bestand is een fysiek bestand op de App-V client en het bevat alle gebruiksinformatie voor de App-V applicaties op de desbetreffende client. Deze info, samen met wat algemene andere info, staat in XML formaat in dit bestand. Wanneer we een DC refresh uitvoeren, wordt deze XML verwerkt en in SQL geimporteerd. Wanneer dit gelukt is, zal het lokale bestand op de client worden geleegd. Een nieuwe XML zal dan worden aangemaakt zodat de nieuwe info bewaard kan worden tot een volgende DC Refresh. Op deze manier kan de informatie gebruikt worden in onze rapportages.

Belangrijk: De standaardlocatie voor het XML bestand is de Global Data Directory. Om het bestand daadwerkelijk te kunnen zien zul je verborgen bestanden en mappen moeten weergeven!

Hieronder staat een voorbeeld van hoe ons XML bestand eruit ziet wanneer we een App-V applicatie hebben gestart op die client en voordat het geupload wordt. Wanneer we nu een DC refresh zouden uitvoeren, wordt dit verwerkt, geupload en in SQL geimporteerd.

Nadat een DC Refresh is uitgevoerd, zullen we zien dat het XML bestand leeg is, totdat we weer nieuwe applicaties starten:

Tevens kunnen we onze App-V NTA logging gebruiken om te zien dat wanneer een DC refresh wordt gedaan, we het verzoek krijgen om de reporting informatie te sturen:

[10/31/2011 14:54:12.344, 0x03144] SWRTSPRequest::CreateRequest: Method(SET_PARAMETER), Url(rtsp://madelw-vas:554/), Header(Content-Type: text/xml
AppV-Op: Report
)

In een verbose NTA log kunnen we precies zien wat er over de draad gaat. Wanneer we de reporting informatie uploaden, wordt de lokale XML geparsed en naar de App-V Management Server toegestuurd.  Dit kunnen we exact zien in het frame welke de “CLIENT_DATA” sectie bevat. Dit deel bevat alle info van het XML bestand.

Wanneer we onze NTA log zouden strippen in een situatie waar alles naar behoren werkt, zouden we het volgende kunnen zien:

<PKG_DATA.Name="{2920C30C-FB29-4E28-842D-34934585C7E0}".Guid="{2920C30C-FB29-4E28-842D-34934585C7E0}".Ver="0".VerGuid="{00000000-0000-0000-0000-000000000000}".Source="RTSP://%SFT_SOFTGRIDSERVER%:554/APPNAME.sft".PctCached="0"/>"

Wanneer het niet naar behoren werkt, en we ervaren ons probleem, dan zouden we het volgende zien:

<PKG_DATA.Name="".Guid="{2920C30C-FB29-4E28-842D-34934585C7E0}".Ver="0".VerGuid="{00000000-0000-0000-0000-000000000000}".Source="RTSP://%SFT_SOFTGRIDSERVER%:554/APPNAME.sft".PctCached="0"/>"

Zoals je in de bovenstaande voorbeelden kunt zien, is de PKG_DATA.Name leeg in de kapotte situatie. En dit is precies de reden dat we dit probleem ervaren!

De oplossing

Met de bovenstaande informatie in onze gedachten gehouden, kunnen we zien dat de reden voor dit probleem het feit is dat de PKG_DATA.Name geen waarde heeft. Zoals eerder aangegeven, wordt alle XML informatie in de SQL database geimporteerd. In dit geval is de kolom binnen SQL waar onze PKG_DATA.Name in moet komen zo ingesteld dat deze geen NULL waarden accepteert.

Dit kunnen we gemakkelijk controleren in de SQL Management Studio, door de kolomeigenschappen van de package_name kolom te openen binnen de dbo.REPORTING_PACKAGE_INFORMATION tabel.

Allow Nulls is hier op False gezet, zoals we hieronder kunnen zien:

Dit is te veranderen door het onderstaande SQL statement uit te voeren in de SQL Management Studio. Wanneer dit gedaan is zullen we zien dat we vanaf dat moment wel NULL waarden aankunnen binnen deze kolom.

Wel moeten we ervoor zorgen dat we de juiste database selecteren wanneer we deze code uitvoeren, anders zal dit mislukken!

alter table REPORTING_PACKAGE_INFORMATION
alter column package_name nvarchar(256) null

Wanneer het uitvoeren van dit SQL statement goed is gegaan, zal vanaf dat moment het probleem opgelost zijn, en vanaf dat moment zal alle reporting data netjes in SQL geïmporteerd kunnen worden.

Hoe kunnen we de achtergebleven informatie importeren?

Zoals al eerder aangegeven, is het niet klaar met alleen het oplossen van het probleem. Ondanks dat we nu alle reporting informatie netjes in SQL zetten, kan het zo zijn dat de oude data die achter is gebleven op de clients nodig is in de rapporten. Het is mogelijk om deze achtergebleven informatie achteraf te importeren, al is dit wel een vrij complexe procedure.

Om dit te doen, moeten we een speciale SQL Stored Procedure gebruiken om de achtergebleven info in SQL te zetten aan de hand van een bulk import actie. Hieronder staat de Stored Procedure in tekst formaat.

Belangrijk: Deze Stored Procedure is getest op SQL 2008. Wanneer deze gebruikt gaat worden op andere versies, kan het zijn dat er aanpassingen nodig zijn. Test deze dus goed voor gebruik!

Deze Stored Procedure moet worden opgeslagen in een bestand genaamd:


“proc_ImportReportingCacheFilesv3.sql”

SET NOCOUNT ON
if exists(
 select 1 from sysobjects where id = object_id('proc_ImportReportingCacheFilev3')
 and OBJECTPROPERTY(id, N'IsProcedure') = 1
)
begin
 drop procedure proc_ImportReportingCacheFilev3
end

go

                                 

create procedure proc_ImportReportingCacheFilev3
(
 @client_host_name nvarchar(256),
 @cache_file_name nvarchar(256)
)
as

if @client_host_name is null
begin
 raiserror (N'Client host name cannot be NULL', 16, 1)
 return
end

if @cache_file_name is null
begin
 raiserror (N'Reporting cache file name cannot be NULL', 16, 1)
 return
end

-- First, ensure that there is a row in the table that tracks basic
-- metadata for all reporting clients. If there isn't one, we will
-- synthesize a placeholder row with just enough information to allow
-- the app usage data to import correctly

if not exists ( select 1 from REPORTING_CLIENT_INFORMATION where host_name = @client_host_name )
begin
 insert into REPORTING_CLIENT_INFORMATION
  ( host_name, version, cache_size, cache_used )
 values
  ( @client_host_name, N'4.6.0.1523', 1, 0 )
end

declare @hostid uniqueidentifier

select
 @hostid = host_id
from
 REPORTING_CLIENT_INFORMATION
where
 host_name = @client_host_name
 
print N'Mapped host_id for client ' + @client_host_name + N' as ' + rtrim(cast(@hostid as nvarchar(50)))

-- Load the reporting cache document
declare @doc xml
declare @sql nvarchar(1024)

set @sql = N'select @doc_out = ( select * from openrowset ( bulk ''' +
 @cache_file_name + N''', single_blob ) as data )'

execute sp_executesql @sql, N'@doc_out xml output', @doc_out = @doc output

if @@ERROR = 0
begin


if NOT exists(
 select 1 from sysobjects where id = object_id('imported_records')
 
)
begin
  create table imported_records
 (
  row_id      int      not null identity,
  start_time  datetime not null,
  end_time    datetime null,
  app_name    nvarchar(64) not null,
  app_version nvarchar(16) not null,
  username    nvarchar(256) not null,
  server_name nvarchar(256) not null
 )
Print 'Table Created for 1st Iteration: imported_records' 
end

Print 'Table : imported_records Exists' 
 
 insert into imported_records
  ( start_time, end_time, app_name, app_version, username, server_name )
 select
  cache.start_time,
  case when cache.end_time = '' then null else cache.end_time end,
  cache.app_name, cache.app_version,
  cache.username, cache.server_name
 from
  ( select 
   parsed.content.query('data(@Launched)').value('.', 'datetime') as start_time,
   parsed.content.query('data(@Shutdown)').value('.', 'datetime') as end_time,
   parsed.content.query('data(@Name)').value('.', 'nvarchar(64)') as app_name,
   parsed.content.query('data(@Ver)').value('.', 'nvarchar(16)') as app_version,
   parsed.content.query('data(@User)').value('.', 'nvarchar(256)') as username,
   parsed.content.query('data(@Server)').value('.', 'nvarchar(256)') as server_name
    from
   @doc.nodes('/REPORT_DATA_CACHE/APP_RECORDS/APP_RECORD') as parsed(content)
  ) as cache
  
 print N'Loaded ' + rtrim(cast(@@rowcount as nvarchar(30))) + N' records from file ' + @cache_file_name

 -- Prune any records that look like they have already been loaded
 delete from imported_records
 where exists
 ( select
  1
   from
  APPLICATION_USAGE
  where
  imported_records.start_time = APPLICATION_USAGE.start_time and
  imported_records.app_name = APPLICATION_USAGE.app_name and
  imported_records.app_version = APPLICATION_USAGE.app_version and
  imported_records.username = APPLICATION_USAGE.username and
  APPLICATION_USAGE.host_id = @hostid
 )
 
 print N'Removed ' + rtrim(cast(@@rowcount as nvarchar(30))) + N' records that look to have been already uploaded.'
 
 -- Prune duplicate records in the import list. Since they're duplicates, it
 -- doesn't really matter which one we keep, so keep the one with the smallest
 -- row_id
 
 delete from imported_records
 where exists
 ( select
  1
   from
  imported_records as imported_records_inner
   where
  imported_records_inner.start_time = imported_records.start_time and
  imported_records_inner.app_name = imported_records.app_name and
  imported_records_inner.app_version = imported_records.app_version and
  imported_records_inner.username = imported_records.username
   group by
     start_time, app_name, app_version, username
   having
     count(0) > 1 and min(imported_records_inner.row_id) != imported_records.row_id
 )
 
 print N'Removed ' + rtrim(cast(@@rowcount as nvarchar(30))) + N' records that are duplicates within the file itself.'
    
 -- Prune records in the import list that indicate that an app launch ended before
 -- it started.
 
 delete from imported_records where end_time is not null and start_time > end_time
 
 print N'Removed ' + rtrim(cast(@@rowcount as nvarchar(30))) + N' records with an incongruous end_time.'
    
 -- Now the new records can be fed to the app usage table
 insert into APPLICATION_USAGE
 ( start_time, end_time, shutdown_state, app_name, app_version,
   app_id, username, server_name, host_id )
 select
  imported_records.start_time, imported_records.end_time,
  case when imported_records.end_time is null or imported_records.end_time = '' then 0 else 1 end,
  imported_records.app_name, imported_records.app_version,
  APPLICATIONS.app_id,
  imported_records.username, imported_records.server_name,
  @hostid
  from
  imported_records,
  APPLICATIONS
  where
  APPLICATIONS.name = imported_records.app_name and
  APPLICATIONS.version = imported_records.app_version
 
  print N'Added the remaining ' + rtrim(cast(@@rowcount as nvarchar(30))) + N' records with matching applications to the APPLICATION_USAGE table.' 
 
 
  print N'Cleaning up... : imported_records'
  truncate table imported_records  
  print N'Table : imported_records truncated'
 
end

go

Om deze Stored Procedure aan de betreffende SQL server toe te voegen, kunnen de volgende stappen gevolgd worden:

• Open de SQL Server Management Studio.
• Selecteer de App-V database.
• Open een nieuw query schern en kopieer de Stored Procedure hier.
• Voer deze uit (F5).
• Je kunt nu zien dat de SP toegevoegd is aan SQL, en deze kunnen we later gebruiken:

Wanneer we een groot aantal achtergebleven XML bestanden hebben verspreid over onze clients, dan zullen we deze eerst moeten verzamelen en in een bepaalde map moeten opslaan. Wanneer alle XML bestanden in een map zijn verzameld, kunnen we onderstaande code gebruiken om de benodigde T-SQL code te maken welke we gaan gebruiken om de bulk import te doen.

Met deze T-SQL output starten we de bulk import automatisch en alle XML informatie uit alle files zal geimporteerd worden.

for /d %d in (C:\location where the orphaned XML files are gathered\*) do @for /f %f in ('dir /b /a:h %d\*.xml') do @echo exec proc_ImportReportingCacheFilev3 N'%~nd.fulldomainname', N'%~fd\%~f' >>c:\output.sql

Wanneer we de bestanden hebben verzameld, zoals in onderstaand voorbeeld, zorg er dan voor dat je de subfolder naam, in dit geval “Clientname001” NIET in het commando opneemt.

De /d optie in de FOR loop in de code zorgt er al voor dat de code door alle subfolders zal gaan. Wanneer we dus een map hebben genaamd “C:\Test”, met alle submappen daarin voor elke client, hoeven we alleen de “C:\Test” aan te geven. Een voorbeeld hiervan is hieronder weergegeven:

Voorbeeld:

for /d %d in (C:\test\*) do @for /f %f in ('dir /b /a:h %d\*.xml') do @echo exec proc_ImportReportingCacheFilev3 N'%~nd.domain.com', N'%~fd\%~f' >>c:\output.sql

Belangrijk: Het kan een aantal minuten duren voordat deze code klaar is, afhankelijk van de hoeveelheid bestanden en mappen!

Wanneer het commando goed werkt, zullen we een output bestand krijgen als resultaat. Dit bestand zal eruit zien zoals onderstaand voorbeeld. Het bestand zal 1 regel code per XML bestand hebben.

 
Belangrijk: We moeten controleren dat de output evenveel regels tekst bevat als de totale hoeveelheid XML bestanden voordat we de T-SQL code uit gaan voeren!
Nu we deze output hebben, kunnen we deze in de SQL Management Studio uitvoeren. Tijdens het uitvoeren zal alle XML info in de database gezet worden.

Wanneer we een groot aantal bestanden hebben om te importeren (honderden of misschien zelfs duizenden), moeten we er rekening mee houden dat dit vrij intensief kan zijn op de SQL database server. Daarom raden we aan om deze actie buiten de kantooruren uit te voeren.

Het is ook mogelijk om de code in stappen uit te voeren en zo een aantal bestanden per keer in te voeren, om zo eventuele problemen in een vroeg stadium te ontdekken.

Wanneer we de T-SQL uitvoeren, zullen we een melding krijgen wanneer de code is uitgevoerd, zoals hieronder weergegeven. Nu kunnen we de geimporteerde data gaan controleren door App-V rapportages te draaien. Deze zouden nu de juiste en complete informatie moeten bevatten.

Wanneer we de resultaten hebben gecontroleerd op juistheid, is er nog een laatste ding wat we moeten doen, namelijk de tijdelijke tabel die SQL heeft gebruikt opruimen.

Dit doen we door onderstaande statement uit te voeren:

drop table imported_records

Nu alles weer in orde is, raadt ik aan om een nieuwe backup te maken van de database, zodat deze hele procedure niet nogmaals hoeft uitgevoerd te worden.

Hopelijk kunnen hiermee alle “0A-200001F4” problemen worden opgelost!

Madelinde Walraven, Support Escalation Engineer

Windows Server 2003 SP2 / Windows Server 2008 R2 The RDP and ICA listener ports down na een reboot sinds KB2653956 geinstalleerd is.

Nadat KB 2653956 (http://support.microsoft.com/default.aspx?scid=kb;EN-US;2653956) is geinstalleerd op een Windows Server 2003 SP2 of Windows Server 2008 R2 met de Terminal of Remote Desktop service rol is het niet meer mogelijk een remote connectie te maken.

In de event viewer (system), zijn mogelijk de volgende fouten te zien:

Event ID 1014, met mogelijk volgende vermeldingen:
Kan ongeldige formule niet laden: ..\WINDOWS\system32\vdtw30.DLL.
Kan ongeldige formule niet laden: ..\WINDOWS\system32\Drivers\tdtcp.SYS.
Kan ongeldige formule niet laden: ..\WINDOWS\system32\TSDDD.DLL.
Kan ongeldige formule niet laden: ..\WINDOWS\system32\RDPDD.DLL.
Kan ongeldige formule niet laden: ..\WINDOWS\system32\ctxrdpwsx.DLL.

Event ID 1014, with one of the possible following descriptions:
Cannot load illegal module: ..\WINDOWS\system32\vdtw30.DLL.
Cannot load illegal module: ..\WINDOWS\system32\Drivers\tdtcp.SYS.
Cannot load illegal module: ..\WINDOWS\system32\TSDDD.DLL.
Cannot load illegal module: ..\WINDOWS\system32\RDPDD.DLL.
Cannot load illegal module: ..\WINDOWS\system32\ctxrdpwsx.DLL.

De reden hiervoor is dat RDP/ICA listener poorten “down” zijn.


Momenteel zijn hier de volgende mogelijke oplossingen voor:

2003 based Terminal Server systemen:

Installatie van hotfix KB 958476.
958476  RDP clients and ICA clients cannot connect to a Windows Server 2003-based terminal server after hotfix 938759 is applied to the server
http://support.microsoft.com/default.aspx?scid=kb;EN-US;958476

2008 R2 based Remote Desktop Server systemen:

Installeer de LDR versie van de MS 12-024 patch (KB2653956) op de server(s).

Om de LDR versie van de patch te installeren, volg de stappen uitgelegd in onderstaand blog:
http://blogs.microsoft.nl/blogs/platformsupport/archive/2012/04/18/howto-switch-van-gdr-naar-ldr-windows-7-en-hoger.aspx

Na een herstart van de server(s) zullen de problemen m.b.t. tot de RDP en ICA “listener ports”  opgelost moeten zijn.

Johan de Waard, Senior Support Engineer Microsoft Platform Team Nederland

Posted: Apr 23 2012, 02:27 PM door Jurjen Laene | met 1 comment(s)
Opgeslagen onder:
Howto: switch van GDR naar LDR (Windows 7 en hoger)

Allereerst is het hier belangrijk de verschillen tussen GDR en LDR te weten. Hier is al veel over geschreven maar in het kort houdt het in dat de GDR (General Distribution Release) branch alle kritieke security en stability fixes omvat (Service Packs vallen hier ook onder). Wanneer je enkel via "Windows Update" de machines up-to-date houdt dan zul je nooit van de GDR branch afwijken.

De LDR (Limited Distribution Release) branch bevat andere fixes, vaak specifiek voor één probleem. Deze worden minder getest dan updates in de GDR branch en relatief weinig Windows gebruikers zullen het probleem, dat opgelost is in de LDR fix, ervaren. Hotfixes vallen onder de LDR branch.

Als je eenmaal met een binary op de LDR branch zit dan zul je hier niet meer van af wijken. Windows Update, bijvoorbeeld, detecteert de branch van de (oude) binary en zal de LDR versie van de critical update gebruiken om te updaten. Hierdoor voorkom je dat je weer tegen de problemen aan loopt die in de eerdere LDR fix zijn opgelost maar profiteer je ook van changes die in de critical fix zijn meegenomen.

De enige (reguliere) manier waarop je van de LDR branch weer terug op GDR terecht komt is wanneer je een Service Pack installeert. In de Service Packs zitten alle GDR en LDR fixes van voor de release van het service Pack, waarna deze worden omgezet naar de default, GDR versie.


---
Nu kan het gebeuren dat je tegen een probleem aan loopt dat in een Hotfix (LDR) is opgelost. Echter, wanneer je deze probeert te installeren verschijnt de melding dat je al op een nieuwere versie zit. Deze melding is misleidend, vooral omdat je toch echt zeker weet dat je het probleem in het bijbehorende KB artikel ervaart. De verklaring hiervoor is dat je op een latere versie zit van de GDR branch (dankzij Windows update en de critical fixes die daar in aangeboden worden). Echter, GDR versies bevatten niet de LDR oplossingen.

Wat moet je nu doen? Switchen naar de LDR branch!

Vroeger (pre-Windows 7) moest je hiervoor de GDR versie verwijderen, rebooten en vervolgens de LDR versie van de laatste binary installeren met behulp van pkgmgr en wederom rebooten. Dat gaat nu gelukkig een stuk gemakkelijker (dankzij DISM). Je hoeft de GDR versie niet meer te verwijderen om de LDR versie van diezelfde binary te installeren.

Voorbeeld;

Je loopt tegen de problemen aan in onderstaand KB artikel;
951418 Stop error in Windows Vista, Windows 7, Windows Server 2008, or Windows Server 2008 R2: "0x00000050 PAGE_FAULT_IN_NONPAGED_AREA"
http://support.microsoft.com/default.aspx?scid=kb;EN-US;951418

Maar je hebt al een nieuwere versie van de binaries... Check eerst op welke branch de genoemde binary zit met behulp van het KB artikel (in alle hotfix artikelen staat dit stukje tekst, onder; "Windows Vista and Windows Server 2008 file information notes").

Wanneer je hebt vastgesteld dat je op de GDR branch zit, check je de huidige file en kom je uit op een versie genoemd in een critical fix welke werd gepushed via Windows Update.

2536275 MS11-048: Vulnerability in SMB Server could allow denial of service: June 14, 2011
http://support.microsoft.com/default.aspx?scid=kb;EN-US;2536275

Je wilt nu uiteraard "the best of both worlds" (zowel de vulnerability update (GDR) uit KB2536275 als de update die in de LDR versie zit, genoemd in KB951418). De oplossing is om de huidig draaiende versie (GDR) te installeren in de LDR branch.

Dit doe je door onderstaand command te runnen;
dism /online /add-package /packagepath:<path to CAB, folder or update.mum>
 

Je zult echter eerst de update moeten downloaden en extracten, voordat je het DISM command kunt gebruiken (met KB2536275 in gedachten houdend);

Vanuit een command prompt, maak een msu_expand_folder en cab_expand_folder folder:

C:\> md c:\temp\KB2536275
C:\> md c:\temp\KB2536275\cab


C:\> Expand -f:* c:\temp\Windows6.1-KB2536275 –x64.msu c:\temp\KB2536275

C:\temp> Expand -f:* c:\temp\KB2536275\Windows6.1-KB2536275–x64.cab c:\temp\KB2536275\cab

En als laatste;

C:\> dism /online /add-package /packagepath: c:\temp\KB2536275\cab\update-bf.mum

Het is belangrijk de "update-BF.mum" file te gebruiken, aangezien dat de LDR versie is.  

Reboot na de installatie de machine en check of het gelukt is aan de hand van onderstaande stappen;
-start "Control Panel\Programs and Features" (of type; "appwiz.cpl" in de search balk)
-in de Tasks window, klik "View Installed Updates"
-je zou nu de geinstalleerde versie van het KB moeten zien onder de Microsoft Windows sectie. Bovenstaand voorbeeld volgend zie je;
Security Update for Microsoft Windows (KB2536275_BF)

Let op de _BF extensie na het KB nummer. Dit geeft aan dat de installatie van LDR versie geslaagd is.

----
Handige links betreffende GDR en LDR;

http://blogs.technet.com/b/mrsnrub/archive/2009/05/14/gdr-qfe-ldr-wth.aspx

http://blogs.technet.com/b/instan/archive/2009/03/04/qfe-vs-gdr-ldr-hotfixes.aspx

http://blogs.technet.com/b/joscon/archive/2011/11/30/how-does-windows-choose-which-version-of-a-file-to-install.aspx

Succes!

Jurjen Laene, Senior Support Engineer Microsoft Platform Team Nederland

Posted: Apr 18 2012, 12:08 PM door Jurjen Laene | met 1 comment(s)
Opgeslagen onder:
Event ID 1207 elke 15 minuten op een 2008 (R2) cluster

Op een 2008 (R2) cluster wordt elke 15 minuten een 1207 event gelogd vergelijkbaar met onderstaand;

Source: Microsoft-Windows-FailoverClustering
Event ID: 1207
Cluster network name resource 'Network Name xxxxxxxx' cannot be brought online. The computer object associated with the resource could not be updated in domain 'contoso.com' for the following reason:
Unable to update password for computer account.

The text for the associated error code is: Access is denied.


The cluster identity 'CNO' may lack permissions required to update the object. Please work with your domain administrator to ensure that the cluster identity can update computer objects in the domain.

--- 
Waar de cluster identity het CNO (Cluster Name Object) van het cluster is. De oplossing hier is om het CNO computer object toe te voegen en volledige permissies te geven vanuit Active Directory aan de network name resource genoemd in het event, tevens te vinden onder Computer Objects in AD.

Succes!

Jurjen Laene, Senior Support Engineer Microsoft Platform Team Nederland 

Posted: Mar 07 2012, 03:13 PM door Jurjen Laene | met no comments
Opgeslagen onder:
Meer posts Volgende pagina »