Vanochtend kwam het verlossende woord: het afsluitend praktijkexamen is ook binnen, dus ik mag mij vanaf nu Microsoft Certified Master: Windows Server 2008 R2: Directory noemen. Of MCM-DS, dat is korter. De opluchting was groot! Ik was erg aan het twijfelen of ik het gehaald had. Hoe langer ik er over nadacht, hoe meer fouten ik achteraf ontdekte… eind goed al goed.
Ik heb nog niet een echt beeld hoe de hele groep het gedaan heeft. Niet iedereen wil kwijt hoe hij het gedaan heeft. Als ik het zo hoor ligt het slagingspercentage rond de 40%, maar daar kan ik naast zitten. Eerder had ik de theorie bedacht dat de praktijkmensen het lab beter zouden doen. Dat is er niet helemaal uitgekomen. De mensen die de schriftelijke examens allebei haalden lijken de beste kans te hebben ook het lab goed te doen. Maar nogmaals, mijn inzicht in de statistiek is nogal beperkt.
Het lab zorgt er wel voor dat alleen mensen met echte ervaring het kunnen halen. Het is simpelweg teveel om alles uit te zoeken op grond van theorie. Je moet veel parate ervaringskennis hebben om een eind te kunnen komen omdat je in korte tijd een aantal(!) complexe omgevingen in elkaar moet zetten. Met andere woorden, met deze certificatie kom je echt los van het “papieren MCSE” imago.
Terugkijkend vind het vooral een heel bijzondere ervaring. Eigenlijk trek je je twee weken totaal terug uit de wereld om je alleen met abstracte computer technologie bezig te houden, en niets daarbuiten. 12 tot 14 uur per dag ben je bezig, samen met collega’s die er hetzelfde over denken. Natuurlijk is de certificatie het einddoel, maar niet het enige doel. Zo veel leren in zo korte tijd is nauwelijks anders mogelijk. Zou ik het weer doen? Ja, zonder meer.
En nu kruip ik mijn bed weer in
. Dank voor het lezen van deze blogserie!
