Open
Twee weken geleden is het actieplan ‘Nederland open in verbinding’ gepubliceerd. Ik heb het even op me laten inwerken. Voor de (nog) niet-ingewijden: in dit actieplan worden 2 onderwerpen behandeld: open standaarden en open source.
Allereerst…ik vind ‘open’ een heel mooi woord. Je associeert het zo snel met iets positiefs: ‘waar kies je voor, ‘open’ of ‘gesloten’? Ik zelf kies onmiddellijk voor open! Dat is niet altijd verstandig: het woord erachter is bepalend. En wordt situationeel bepaald. Om het eenvoudig te houden: ik houd wel van ‘open communicatie’, maar niet van ‘open eindjes’; een ‘open raam’ is fijn als de zon schijnt maar niet als het regent.
Feit is wel dat als je als ‘gesloten’ gezien wordt, je wat uit te leggen hebt. En moet hopen dat de anderen voldoende open zijn om naar je te luisteren.
Open standaarden zijn een belangrijke ontwikkeling in de software-industrie. Het hogere doel is interoperabiliteit, digitale uitwisseling van informatie tussen (informatie-)systemen. Belangrijk voor het verlagen van de kosten en het verhogen van de productiviteit en het samenwerkend vermogen tussen organisaties. Jammer genoeg leiden open standaarden niet per definitie tot een hogere interoperabiliteit; bijvoorbeeld als de standaard niet volledig genoeg gespecificeerd is. Dan worden er door leveranciers uitbreidingen aan de standaard gedaan die kunnen leiden tot verminderde interoperabiliteit! Het Forum Standaardisatie heeft in dit verband een terechte opmerking gemaakt: ‘gebruik standaarden, zo open als mogelijk’. Kort en goed, als ICT-branche zijn we aan het leren om hiermee adequaat om te gaan. Niet concurreren op formaten en standaarden is één van de belangrijkste stappen hierin.
Open source is een ander onderwerp; heeft ook niets met open standaarden te maken. Software waarvan de broncode vrij beschikbaar is. En waaraan geen licentiekosten verbonden zijn. Het klinkt als ‘gratis’. In het aktieplan wordt dat in perspectief geplaatst: “Of open software voor een gebruiker duurder is of niet kan worden bepaald door een gedegen onderzoek naar alle relevante kosten, inclusief de juridische aspecten van licenties”. Vrij vertaald: we hebben nog onvoldoende informatie om te kunnen aangeven of het goedkoper kan zijn, en zo ja, in welke gevallen.
Wat naast de kosten veelal als voordeel van open source wordt aangegeven, is dat het innovatie stimuleert. Ik vind dat een wat algemene en daardoor gevaarlijke uitspraak. Bij software-innovatie hoort volgens mij een verdienmodel: hoe krijg je anders kapitaalverstrekkers zover dat ze in jouw softwarebedrijf investeren? Hoe bouw je een softwarebedrijf op met kundige medewerkers die klanten kunnen ondersteunen? Om het in Nederland te houden, had Exact of Centric of TomTom ooit zover kunnen komen langs het open source-model? Langs welke verdienmodel?
Overigens, laat er geen misverstand over bestaan, er zijn zeker zeer succesvolle open source producten. We moeten echter nog leren welke factoren dit succes bepalen en wat de voordelen voor de gebruikersorganisatie zijn. En misschien moeten we daarbij ook leren om het niet meer over ‘open’ en ‘gesloten’ te hebben. Het grijze gebied ertussen wordt steeds groter!
Al met al maak ik me hierover best zorgen:
-
De Nederlandse software industrie bestaat niet alleen uit bedrijven die diensten leveren, maar ook uit softwarebedrijven die een produkt ontwikkelen en onderhouden voor eigen rekening en risico. En het moeten hebben van het verkopen van het gebruiksrecht van hun produkt, iedere keer weer. Hoe houden we onze software industrie vitaal en concurrerend?
-
We neigen nu de aandacht te verschuiven naar een licentievorm van softwaretechnologie. Maar waar gaat het nu eigenlijk om? Het gaat voor de overheid om thema's als het verbeteren van de kwaliteit van de zorg, de informatievoorziening naar de burger, de effectieve samenwerking tussen ministeries, de rampenbestrijding enz enz.
Dus laten we vooral open zijn. Open staan. En daarbij de totale ICT-markt tot beleidsgebied verklaren!